AMLA rondt eerste belangrijke AMLR-standaarden af
De Europese anti-witwasautoriteit AMLA heeft drie belangrijke technische standaarden (RTS’en) afgerond en ingediend bij de Europese Commissie. Deze standaarden geven een nadere invulling aan de nieuwe Europese anti-witwasregels (AMLR). Na vaststelling en publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie worden de regels naar verwachting zes maanden later van toepassing.
De standaarden bevatten regels over:
- cliëntenonderzoek;
- het onderscheid tussen zakelijke relaties en occasionele transacties;
- groepsbrede AML-maatregelen.
NBA beoordeelt gevolgen voor accountants
Cliëntenonderzoek
Op 8 mei 2026 heeft de NBA gereageerd op het eerste ontwerp van de nieuwe Europese technische standaarden voor cliëntenonderzoek (CDD) onder de AMLR. In haar reactie vroeg de NBA om:
- meer ruimte voor een risicogebaseerde aanpak;
- minder administratieve lasten;
- realistische implementatietermijnen.
Zakelijke relaties en occasionele transacties
Op 8 mei 2026 heeft de NBA ook gereageerd op het ontwerp voor zakelijke relaties en occasionele transacties. De NBA riep AMLA op om standaarden beter te laten aansluiten op de praktijk van de niet-financiële sector, waaronder accountantskantoren.
Volgens de NBA zijn de voorstellen vooral geschreven voor financiële instellingen en sluiten zij onvoldoende aan bij dienstverleners. De belangrijkste aandachtspunten zijn:
- meer ruimte voor een risicogerichte en proportionele beoordeling;
- duidelijke voorbeelden van situaties waarin accountantsdiensten als occasionele dienstverlening kwalificeren;
- een werkbare toepassing van de drempel van € 10.000 voor de niet-financiële sector;
- minder uitgebreide criteria voor het vaststellen van samenhangende transacties;
- voldoende implementatietijd voordat de nieuwe regels in 2027 van kracht worden.
Groepsbrede AML-maatregelen
Op 12 juni 2026 heeft de NBA gereageerd op het eerste ontwerp van deze standaard. In haar reactie vroeg de NBA aandacht voor de uitvoerbaarheid. Daarnaast pleitte de NBA voor:
- toepassing van de standaard alleen als daadwerkelijk sprake is van centrale aansturing;
- meer ruimte voor een proportionele, risicogebaseerde aanpak, vooral voor kleinere kantoren en netwerken;
- focus op feitelijke governance en niet alleen op formele kenmerken, zoals een gedeelde naam;
- duidelijke regels voor informatie-uitwisseling binnen en buiten de Europese Unie.