Opschrift

De ledenvergadering van de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants,

 

Gelet op artikel 19, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op het accountantsberoep,

 

Overwegende dat het onderscheidend kenmerk van het accountantsberoep is de verantwoordelijkheid te handelen in het algemeen belang,

 

Overwegende dat het algemeen belang is gediend met gedrags- en beroepsregels ten behoeve van een goede uitoefening van het accountantsberoep,

 

Stelt de volgende verordening vast: (Zie Algemeen)

Hoofdstuk 1 Definities

Artikel 1

In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: (zie T1 )

  • accountant: accountant als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep;

  • bedreiging: onaanvaardbaar risico dat de accountant zich niet houdt aan de fundamentele beginselen als gevolg van eigenbelang, zelftoetsing, belangenbehartiging, vertrouwdheid of intimidatie;

  • professionele dienst: werkzaamheden waarvoor vakbekwaamheid als accountant wordt of kan worden aangewend;

  • vakbekwaamheid: beschikken over en kunnen toepassen van de noodzakelijke theoretische kennis van de vakgebieden, genoemd in artikel 2 van het Besluit accountantsopleiding 2013.

Hoofdstuk 2 Fundamentele beginselen

Paragraaf 2.1 Fundamentele beginselen voor de accountant

Artikel 2

Om invulling te geven aan de verantwoordelijkheid van een accountant te handelen in het algemeen belang, houdt de accountant zich aan de volgende fundamentele beginselen: (Zie T2 )

  1. professionaliteit;

  2. integriteit;

  3. objectiviteit;

  4. vakbekwaamheid en zorgvuldigheid; en

  5. vertrouwelijkheid.

Artikel 3
  1. Het in artikel 2 genoemde fundamentele beginsel professionaliteit is van toepassing op elk handelen of nalaten van de accountant.

  2. De in artikel 2 genoemde fundamentele beginselen integriteit, objectiviteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, en vertrouwelijkheid zijn van toepassing op de accountant bij de beroepsuitoefening. (Zie T3 )

Paragraaf 2.2 Professionaliteit

Artikel 4

De accountant onthoudt zich van elk handelen of nalaten waarvan de accountant weet of behoort te weten dat dit het accountantsberoep in diskrediet brengt of kan brengen. (Zie T4 en T4 en T5 )

Artikel 5

De accountant die vermoedt dat de organisatie waarbij deze werkzaam is dan wel waaraan deze is verbonden wet- en regelgeving niet naleeft, treft een redelijkerwijs te nemen maatregel. (Zie T5 en T4 en T5 )

Paragraaf 2.3 Integriteit

Artikel 6

De accountant treedt eerlijk en oprecht op. (Zie T6 en T6 tot en met T10 )

Artikel 7
  1. Als de accountant betrokken is bij of in verband wordt gebracht met niet-integer handelen van anderen, neemt deze een maatregel gericht op het beëindigen van dit handelen.

  2. Als de maatregel, bedoeld in het eerste lid, niet mogelijk is distantieert de accountant zich van het niet-integer handelen. (Zie T7 en T6 tot en met T10)

Artikel 8

De accountant die vermoedt dat de organisatie waarbij deze werkzaam is dan wel waaraan deze is verbonden niet integer handelt, treft een redelijkerwijs te nemen maatregel. (Zie T8 en T6 tot en met T10)

Artikel 9
  1. Als de accountant betrokken is bij of in verband wordt gebracht met informatie die materieel onjuist, onvolledig of misleidend is:

    1. neemt de accountant een maatregel gericht op het wegnemen van de onjuistheid, onvolledigheid of misleiding; of

    2. voegt de accountant aan deze informatie een mededeling toe waarin deze de onjuistheid, onvolledigheid of misleiding aan de beoogde gebruikers van de informatie kenbaar maakt.

  2. Als de maatregel of mededeling, bedoeld in het eerste lid, niet mogelijk is distantieert de accountant zich van deze informatie. (Zie T9 en T6 tot en met T10)

Artikel 10

Als de betrokkenheid van de accountant bij bepaalde informatie door een ander onjuist wordt voorgesteld, treft de accountant een redelijkerwijs te nemen maatregel om aan de beoogde gebruikers van de informatie kenbaar te maken waaruit de betrokkenheid bij die informatie werkelijk bestaat. (Zie T10 en T6 tot en met T10)

Artikel 10a
  1. De accountant zet niet aan of laat niet aanzetten tot onethisch gedrag door het aanbieden of laten aanbieden van een geschenk, persoonlijke uiting van gastvrijheid, belofte of dienst.

  2. De accountant moedigt een ander niet aan om een geschenk, persoonlijke uiting van gastvrijheid, belofte of dienst aan te bieden of te ontvangen, terwijl de accountant weet of behoort te weten dat de aanbieder de bedoeling heeft daarmee aan te zetten tot onethisch gedrag. ( T10a en 11a )

Paragraaf 2.4 Objectiviteit

Artikel 11

De accountant laat zich niet ongepast beïnvloeden en vertrouwt niet ongepast op derden, technologie of andere factoren. (Zie T11 )

Artikel 11a

De accountant ontvangt geen geschenk, persoonlijke uiting van gastvrijheid, belofte of dienst waarvan de accountant weet of behoort te weten dat dit wordt aangeboden met de bedoeling om aan te zetten tot onethisch gedrag. (Zie T11a )

Paragraaf 2.5 Vakbekwaamheid en zorgvuldigheid

Artikel 12

De accountant houdt de eigen vakbekwaamheid op het niveau dat is vereist om een professionele dienst op een adequate wijze te kunnen verlenen. (Zie T12 tot en met T15)

Artikel 13
  1. De accountant past de bij een professionele dienst relevante wet- en regelgeving toe.

  2. De accountant voert een professionele dienst nauwgezet, grondig en tijdig uit. (Zie T12 tot en met T15)

Artikel 14
  1. De accountant zorgt ervoor dat degene die onder de verantwoordelijkheid van deze accountant werkzaamheden uitvoert ten behoeve van een professionele dienst, hiervoor adequaat is toegerust.

  2. De accountant zorgt ervoor dat er toereikende begeleiding van, toezicht op en beoordeling van deze werkzaamheden plaatsvindt. (Zie T12 tot en met T15)

Artikel 15

De accountant maakt, als daartoe aanleiding bestaat, de gebruikers van de professionele diensten van deze accountant attent op de beperkingen die inherent aan die diensten zijn. (Zie T12 tot en met T15)

Artikel 15a
  1. Voordat de accountant een controleopdracht, beoordelingsopdracht of samenstellingsopdracht van historische financiële informatie aanvaardt, gaat deze bij een andere accountant die bij deze cliënt een dergelijke opdracht uitvoert of in de voorgaande 24 maanden heeft uitgevoerd na of er aanleiding is om de opdracht niet te aanvaarden.

  2. Het eerste lid geldt niet, als de accountant:

    1. bij deze cliënt al een controleopdracht, beoordelingsopdracht of samenstellingsopdracht van historische financiële informatie uitvoert of in de voorgaande verantwoordingsperiode heeft uitgevoerd; of

    2. de opdracht overneemt van een andere accountant binnen dezelfde accountantspraktijk.

  3. De accountant beantwoordt een verzoek op grond van het eerste lid binnen een redelijke termijn. (Zie T15a )

Paragraaf 2.6 Vertrouwelijkheid

Artikel 16

De accountant die de beschikking krijgt over gegevens of inlichtingen waarvan deze het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens of inlichtingen, behoudens voor zover de accountant: (Zie T16 tot en met T19)

  1. bij of krachtens een wettelijk voorschrift tot het verstrekken van de gegevens of inlichtingen verplicht is;

  2. bij of krachtens een wettelijk voorschrift tot het verstrekken van de gegevens of inlichtingen bevoegd is; (Zie T16, onderdelen a en b)

  3. betrokken is in een gerechtelijke procedure of klachtprocedure die jegens de accountant is aangespannen dan wel jegens de organisatie waarbij deze werkzaam of waaraan deze verbonden is of is geweest, en de gegevens of inlichtingen in die procedure van belang zijn;

  4. van de organisatie waarvoor de accountant een professionele dienst uitvoert of heeft uitgevoerd, in het kader van een specifiek doel schriftelijke toestemming tot het verstrekken van de gegevens of inlichtingen heeft verkregen en dit doel wordt vastgelegd; of

  5. het noodzakelijk acht om desgevraagd bij dezelfde organisatie waarvoor de accountant een professionele dienst uitvoert of heeft uitgevoerd een andere accountant in staat te stellen een professionele dienst op verantwoorde wijze te aanvaarden en uit te voeren. (Zie T16, onderdeel e )

Artikel 17
  1. De accountant betrekt in de besluitvorming om op grond van artikel 16, onderdelen b tot en met e, al dan niet tot het verstrekken van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen over te gaan:

    1. de belangen van betrokken partijen en derden, waaronder het algemeen belang;

    2. de betrouwbaarheid, volledigheid en onderbouwing van die gegevens of inlichtingen; en

    3. de wijze waarop en de persoon of de entiteit aan wie die gegevens of inlichtingen worden verstrekt.

  2. De accountant legt de overwegingen vast die geleid hebben tot het besluit al dan niet tot het verstrekken van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen over te gaan. (Zie T16 tot en met T19)

Artikel 18

De accountant gebruikt vertrouwelijke gegevens of inlichtingen niet voor eigen gewin of het gewin van een derde. (Zie T16 tot en met T19)

Artikel 19

De accountant treft een redelijkerwijs te nemen maatregel om ervoor te zorgen dat degene die onder de verantwoordelijkheid van deze accountant werkzaamheden uitvoert ten behoeve van een professionele dienst of aan wie de accountant advies of ondersteuning vraagt, de vertrouwelijkheidsverplichtingen naleeft zoals deze op grond van de artikelen 16 tot en met 18 voor accountants gelden. (Zie T16 tot en met T19)

Hoofdstuk 3 Zich houden aan de fundamentele beginselen

Artikel 20

Bij het naleven van deze verordening: (Zie T20 en T21 en T20 )

  1. heeft de accountant een onderzoekende geest;

  2. past de accountant professionele oordeelsvorming toe; en

  3. hetgeen een objectieve, redelijke en geïnformeerde derde aanvaardbaar en toereikend acht.

Artikel 21
  1. De accountant identificeert en beoordeelt omstandigheden die een bedreiging kunnen zijn voor het zich houden aan een fundamenteel beginsel en neemt met betrekking tot dergelijke omstandigheden een toereikende maatregel die ertoe leidt dat de accountant zich houdt aan de fundamentele beginselen. (Zie T20 en T21 en T21, eerste lid )

  2. Als de accountant bij een bedreiging niet in staat is een maatregel als bedoeld in het eerste lid te nemen, weigert of beëindigt de accountant de professionele dienst en beëindigt de accountant zo nodig de relatie met de organisatie waarvoor de accountant een professionele dienst uitvoert of uitvoerde. (Zie T21, tweede lid )

  3. Als sprake is van een bedreiging waarbij een maatregel is genomen die ertoe leidt dat de accountant zich houdt aan de fundamentele beginselen legt de accountant de bedreiging, de beoordeling, de toegepaste maatregel en de conclusie vast teneinde zich tegenover derden te kunnen verantwoorden. (Zie T21, derde lid )

Artikel 22

Als de accountant constateert dat deze in strijd handelt of heeft gehandeld met een bepaling van deze verordening, treft de accountant zo spoedig mogelijk een toereikende maatregel om de strijdigheid en de gevolgen daarvan weg te nemen. (Zie T22 )

Hoofdstuk 4 Intrekking van regelingen

Artikel 23
  1. De Verordening gedragscode, vastgesteld door de ledenvergadering van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten, wordt ingetrokken.

  2. De Verordening gedragscode, vastgesteld door de ledenvergadering van het Nederlands Instituut van Registeraccountants, wordt ingetrokken. (Zie T23 )

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 24

Het bestuur van de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants kan, gehoord de leden, met betrekking tot de artikelen 2 tot en met 22 nadere voorschriften vaststellen. (Zie T24 )

Artikel 25

Vervallen.

Artikel 26

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gedrags- en beroepsregels accountants, bij afkorting VGBA. (Zie T26 )

Artikel 27

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2014. (Zie T27 )

  

Regelgeving-technische informatie

Betreft

Artikel

Besluit

Goedkeuring

Bekendmaking

Inwerkingtreding

Nieuwe regeling

16-12-2013

20-12-2013

FM/2013/2268M

Stcrt. 2014, 163

1-1-2014

Wijziging

10a, 11a, 15a en 25

16-12-2019

Stcrt 2019, 71312

1-1-2020

Wijziging

Aanvulling artikelen: 11 en 20

Tekstuele wijzigingen: 2 tot en met 5, 7 tot en met 12, 14 tot en met 17, 19 tot en met 22.

13-12-2021

n.v.t.

Stcrt. 2021, 50103

1-1-2022