Interview met Wiert Smid n.a.v. continuïteitsdilemma’s in DilemmApp

Een scherpere blik van organisaties op hun eigen continuïteitsrisico’s maakt voor accountants een wereld van verschil’

In de NBA Dilemmapp is er momenteel een serie aan casussen te vinden rond het thema continuïteit. Daarnaast gaan we ook in gesprek. Deze keer met Wiert Smid, voorzitter van de werkgroep Continuïteit en senior director bij  het vaktechnisch bureau van PwC.  

Wiert Smid.png Foto: Wiert Smid

‘Wanneer is genoeg genoeg?’

Een scherpere blik van organisaties op hun eigen continuïteitsrisico’s maakt voor accountants een wereld van verschil, aldus Wiert Smid, voorzitter van de werkgroep Continuïteit en senior director bij  het vaktechnisch bureau van PwC. ‘Als werkgroep Continuïteit vinden we een viability statement zoals ze in de UK hebben daarom een goed idee.´ 

Vanwaar je affiniteit met het onderwerp?

‘Omdat ik vind dat je moet kunnen afgaan op de betrouwbaarheid van cijfers. Daarvoor moet je ook kijken naar de lange termijn. Welke toekomstige ontwikkelingen die bekend zijn op het moment dat de jaarstukken worden opgesteld, kunnen van invloed zijn op de financiën van de onderneming? Ik vind in zijn algemeenheid dat betrouwbaarheid van informatie essentieel is voor een samenleving. Of dat nu de jaarrekening van een bedrijf betreft of de ingrediënten die op de etiketten van levensmiddelen staan.’ 

Waarom is het voor een accountant zo lastig iets over continuïteit te zeggen? 

‘Omdat de accountant niet in een glazen bol kan kijken. Hij heeft inzicht in een aantal zaken maar voorspellen hoe onzekerheden uitpakken is lastig. Een organisatie die moet voldoen aan allerlei milieuregels kan ineens worden geconfronteerd met strengere regelgeving die mogelijk een impact heeft op de continuïteit. Zoiets kan het management verrassen maar had de accountant dit kunnen voorzien? En wanneer is een onzekerheid zo materieel dat hij in de controleverklaring moet worden toegelicht? Stel dat een onderneming financiering nodig heeft van de bank. Er staat nog niets op papier maar het bestuur is positief over de uitkomst. De bank geeft een positief signaal af. Alles overziend kan de accountant vaststellen dat er op dat moment geen materiele onzekerheid is over de continuïteit. Dan neemt hij het niet op in controleverklaring terwijl het wel alsnog mis kan gaan met de bank.’ 

‘Als het vaktechnisch bureau wordt ingeschakeld bij continuïteitsrisico´s gaat het bijna altijd over financiering van businessplannen. In hoeverre klopt de veronderstelling van het management dat de financiering van het businessplan toereikend is? Hoe wordt er geanticipeerd op eventuele tegenvallers? Het bureau daagt de accountant uit met scherpe vragen. Heeft hij bijvoorbeeld een deskundige op het gebied van financieringsovereenkomsten geraadpleegd? Soms heeft een bedrijf leningen bij meerdere banken, ieder met hun eigen voorwaarden. Als er zoveel verschillende afspraken zijn wordt het lastig. Sommige voorwaarden zijn financieel - de interest coverage ratio moet bijvoorbeeld een bepaald getal zijn - maar het kan ook de voorwaarde zijn dat je pas mag investeren na toestemming van de bank. Hoe beïnvloeden die verschillende afspraken elkaar? Daar zijn wel tools voor zoals stresstesten en scenario analyses maar bij complexe situaties met meerdere toekomstscenario’s is het de vraag hoe ver je moet doorspitten. Wanneer is genoeg genoeg?’ 

Standaard 700 is onder andere bedoeld om in de controleverklaring zichtbaar te maken wat accountants aan fraude en continuïteit doen. Vind je dat Standaard 700 aan de verwachtingen voldoet? 

‘Dat zou je aan de eindgebruikers van de controleverklaring moeten vragen In ieder geval draagt het bij aan transparantie over de controle in situaties waarin sprake is van een close-call of een onzekerheid van materieel belang. Wanneer er geen continuïteitsrisico is moet de accountant hier ook over rapporteren. Dan val je terug op standaardteksten die niet entiteit-specifiek zijn. Ik denk dat je meer toegevoegde waarde levert wanneer je als accountant alleen rapporteert in situaties waar  continuitsrisico’s zijn en ook opschrijft wat je er van vindt. In de UK heb je het viability statement. Met zo’n verklaring moet je als organisatie aangeven hoe je er voor gaat zorgen  dat je er over drie tot vijf jaar nog bent. In onze whitepaper ‘Continuïteit -relevanter, niet riskanter’ hebben we als werkgroep Continuïteit benadrukt dat we zo’n viability statement een goed idee vinden. Het verplicht een onderneming om de continuïteitsveronderstelling gedetailleerd te onderbouwen in het bestuursverslag. Op die manier krijgt continuïteit niet alleen meer aandacht van het management. Het biedt de accountant ook meer ruimte om bedrijfsspecifiek te rapporteren over de controleaanpak in de controleverklaring. Zonder het risico dat hij nieuwe informatie naar buiten brengt want dat laatste kan niet.’ 

Wat is de waarde van een bestuursverslag als het niet gepubliceerd hoeft te worden?

‘In de praktijk blijkt het lastig om een bestuursverslag in te zien wanneer die niet gepubliceerd is. De publicatie er van zou een  wettelijke verplichting moeten zijn. Het is cruciaal dat de mogelijkheid om het bestuursverslag niet te deponeren bij het handelsregister wordt afgeschaft. Dat is ook via een brief met suggesties over toekomstige wetgeving geadviseerd aan de minister. Wat mij betreft zou de publicatietermijn ook korter moeten worden. Nu kunnen ondernemingen hun jaarrekening  lang uitstellen. Als een entiteit in zwaar weer verkeert, wordt daar vaak gebruik van gemaakt. Daar is de gebruiker de dupe van. Hij wordt te laat geïnformeerd over continuïteitsissues.’