Met wat voor dilemma’s heb je te maken als cfo van een NGO?

"Ze zijn anders dan de dilemma’s waar je in een commerciële organisatie mee te maken krijgt. Daar zijn ze vaak financieel of strategisch. Binnen onze organisatie gaat het over morele dilemma’s. Mensen hebben bijvoorbeeld een bestemming voor hun nalatenschap besproken met een van onze relatiemanagers. In dat gesprek geven ze aan dat ze een locatieprogramma willen steunen in een land waar ze een bijzondere relatie mee hebben. Dat gelabelde geld zorgt voor een spanningsveld. Wat doe je bijvoorbeeld als we op het moment dat de nalatenschap wordt uitgekeerd geen programma in dat land hebben? Als het niet in het testament staat vermeld, mag je juridisch gezien het geld naar eigen inzicht besteden. Zo’n dilemma bespreken we heel gestructureerd met elkaar in een moreel beraad. Hoe kunnen we een nieuwe bestemming voor de donatie vinden die recht doet aan de wens? We nodigen bewust mensen uit van verschillende afdelingen, omdat zo’n dilemma pas echt goed gewogen kan worden als je meerdere perspectieven hebt. Zo’n overleg kan rustig twee uur duren."

Wanneer wordt een uitdaging een dilemma?

"In sommige landen wijken de standaarden voor financiële informatie af van wat wij gewend zijn. Dan krijg je bijvoorbeeld rapportages in Excel. Ook wordt er in sommige landen nog veel met cash betaald. Dat maakt de checks and balances lastiger. De organisaties waar we mee werken moeten aan minimale standaarden voldoen. Om ze daarbij te helpen, bieden we ondersteuning aan lokale financiële mensen. Die ondersteuning is structureel en gericht op het duurzaam versterken van lokale financiële capaciteit. Toch komt het voor dat je twijfelt aan de financiële verantwoording.

Als NGO zijn er allerlei protocollen waar je in zo’n geval aan moet voldoen. Als het om een programma gaat dat met subsidie wordt gefinancierd, moet je een vermoeden van misbruik melden, maar wanneer informeer je donateurs? Doe je dat al bij een vermoeden of pas nadat je het grondig hebt onderzocht? Als je het te vroeg doet en het blijkt toch geen fraude te zijn, kan het onterecht het vertrouwen van donateurs schaden. Het publiek moet erop vertrouwen dat we serieus en professioneel met zo’n signaal omgaan, maar je wil ook niet op basis van onvolledige informatie beslissingen nemen. Het is lastig om te bepalen hoeveel openheid je geeft, maar de standaard is om altijd zo transparant mogelijk te zijn, niet zo min mogelijk."

Is het in een NGO waar veel aandacht is voor ethiek en governance eenvoudiger voor een RA om met dilemma’s om te gaan?

"Dat vind ik niet. De keuzes die je maakt raken aan de levens van mensen en kinderen. We verkopen geen ijskasten. Ik moet zorgen voor een financieel gezonde organisatie, maar de uitkomst is niet alleen daarvan afhankelijk. Het gaat heel vaak over integriteit. Dat ethisch handelen zit in mijn bagage als accountant. En net zoals een accountant een cruciale rol speelt in het vertrouwen van aandeelhouders, heb ik die verantwoordelijkheid richting donateurs. Particuliere en institutionele donateurs, maar ook het Centraal Bureau voor Fondsenwerving verwachten transparantie. Je ligt onder een vergrootglas als NGO. Dat maakt dit werk heel interessant. Een dilemma maakt zichtbaar waar je voor staat."