Continuïteitsdilemmas: Interview met Tinka Pieterse over het rapporteren van continuïteitsproblemen

In navolging van de succesvolle reeks aan duurzaamheidsdilemma’s en interviews in de NBA Dilemmapp volgt de aankomende weken een serie casussen rond het thema continuïteit. Daarnaast gaan we ook in gesprek. Hoe ver moet je gaan in het benoemen van continuïteitsproblemen in de afzonderlijke sectie over continuïteit bij een wettelijke controleopdracht? Tinka Pieterse, accountant bij 4you audit, vindt het geen eenvoudige afweging. ‘Ik zou er het liefst expliciet over willen schrijven.’

Interview met Tinka Pieterse

‘Accountants zijn van nature terughoudend’

Tinka Pieterse.jpg Foto: Tinka Pieterse

Het rapporteren over continuïteitsproblemen is lastig voor een accountant, aldus Pieterse. ‘Als het gaat om de beoordeling over de continuïteit van een onderneming in onze controleverklaring maken we nu vaak gebruik van een standaardpassage. Dat zou wat mij betreft iets meer maatwerk mogen worden. Veel signalen pik je op in de strategische gesprekken die je met een bestuurder hebt. Als hij bijvoorbeeld zegt dat hij niet aan gekwalificeerde medewerkers kan komen kan dat op langere termijn aan de continuïteit raken. Het is een van de operationele en strategische risico’s die je in de controle onderkend. Daar maak ik vastleggingen van voor het dossier maar dat komt uiteindelijk niet in de controleverklaring als er op korte termijn geen sprake is van materiele onzekerheid. Accountants zijn van nature terughoudend. We zijn bang om het verkeerde te zeggen. Daarom wil je niet te veel details opnemen in de controleverklaring. Stel dat een onderneming liquiditeitsproblemen heeft maar op tijd een aanvullende financiering heeft gevonden? Wat ga je daarvan opnemen? Dat is op zichzelf geen reden voor een toelichtende paragraaf in de sectie over continuïteit. Het continuïteitsprobleem is opgelost. In het directieverslag wordt het wel beknopt opgeschreven maar dat leest vrijwel niemand. Het is meestal niet opgenomen in de publicatiestukken bij de Kamer van Koophandel maar op te vragen bij het kantoor van de vennootschap. De drempel om dat te doen is voor de meeste gebruikers te hoog.’  

Negatieve spiraal

Ook de band die je met een klant opbouwt kan het noemen van man en paard tot een dilemma maken. ‘Soms gaat het om een onderneming met bestuurders die hard hun best doen maar in een negatieve spiraal zitten. Ze zijn bezig met een nieuwe opdrachtgever. Als dat rond komt is hun orderportefeuille weer gevuld. Op zo’n moment leef je met ze mee. Gaan ze het wel of niet redden? Tegelijkertijd moet je wel iets zeggen over de continuïteit. Je leidraad is dat je die veronderstelling getoetst hebt. Hebben ze concrete opdrachten? Ook al wil ik net zo graag als zij dat hun onderneming toekomstbestendig is, ze moeten het wel kunnen aantonen. Wat helpt is een collega die geen relatie met die klant heeft mee te laten kijken of je beoordeling en toetsing van de door de klant gehanteerde continuïteitsveronderstellingen correct zijn. Omdat we geen eigen afdeling vaktechniek hebben leg ik dilemma’s ook wel voor aan een externe consultant. Het is belangrijk dat je de client niet overvalt met je oordeel. Je moet in gesprek blijven. Aan de hand van de tussentijdse cijfers en de liquiditeitsbegroting houd ik een vinger aan de pols. Net zo belangrijk is het om persoonlijke interesse te tonen voor wat iemand motiveert. Op die manier bouw je iets op. Als je het goed doet staat die persoonlijke band het professionele oordeel niet in de weg. Integendeel, als mensen je vertrouwen nemen ze eerder iets van je aan.’

Knaagt

Een dilemma uit de DilemmApp gaat over een casus waarbij de ondernemer een lening aanvraagt maar aan de bank verzwijgt dat hij zijn bedrijf gaat overdragen. Als accountant weet je daarvan. Deel je die informatie met de bank als die om achtergrondinformatie vraagt? Voor Pieterse is het geen hersenkraker. ‘Zoiets mag je als accountant niet doen. Ik kan de directie wel adviseren om de bank op de hoogte te brengen. Een dilemma waar ik wel mee heb geworsteld is een klant die voor een tak van zijn onderneming faillissement heeft aangevraagd. In de maanden ervoor heb ik voor het moederbedrijf een goedkeurende controleverklaring afgegeven op basis van een positieve continuïteitsveronderstelling. Technisch klopt het. Het moederbedrijf heeft een groot eigen vermogen en wordt niet geraakt door het faillissement. Tegelijkertijd knaagt het aan mij dat er over die tegenvallende resultaten – behalve in het directieverslag - niets in de jaarrekening is terug te vinden. Ik zou er het liefst expliciet over willen schrijven. Wat mij weerhoudt is de angst dat je daarmee een ongewenst signaal afgeeft.’

Ze verwacht dat het thema alleen maar groter zal worden. ‘De markt wordt misschien wel lastiger voor bedrijven. Er is al veel guidance over hoe we aandacht moeten geven aan continuïteit en een heel repertoire aan standaarden. Toch blijft het moeilijk te bepalen wat je in welke fase moet doen. De rode vlaggentool is een goed begin maar ik heb behoefte aan meer specifieke voorbeelden. Hoe schrijf je dat op in een verklaring? Ik denk dat we er ook als accountants onder elkaar meer over moeten praten. Daarnaast vind ik het dat het directieverslag standaard gepubliceerd zou moeten worden.’