• Maatschappij

'Lichte verbetering' in functioneren accountant bij woningcorporaties

Nieuwbouwwijk_1000px_2.jpg

In het functioneren van de externe accountant op de corporatiemarkt worden stappen vooruit gezet. De kwaliteit van de Verantwoordingsinformatie is licht verbeterd en de marktconcentratie in de sector is afgenomen, zo signaleert Jeroen Haket van de Autoriteit woningcorporaties (Aw).

Geert Dekker

Incidenten, wantoestanden en schandalen bij woningcorporaties leidden enkele jaren geleden tot veel kritiek, ook op het functioneren van de externe accountant op deze markt. Naar aanleiding van vragen over de kwaliteit van de wettelijke controles bracht de AFM in 2012 een rapport uit en sindsdien – na een parlementaire enquête, wetswijzigingen en diverse maatregelen bij accountantsorganisaties zelf – is een behoorlijk aantal veranderingen doorgevoerd. Hadden die resultaat?

Die vraag wordt voorgelegd aan Jeroen Haket, coördinerend specialistisch inspecteur bij de Autoriteit woningcorporaties en in die functie vaak 'verbindingsofficier' tussen de Aw en accountantsorganisaties. Haket benadrukt vooraf dat hij zeker geen algemeen oordeel kan geven. Immers: "De Aw heeft geen toezichthoudende taken ten aanzien van het werk van accountants. We kunnen ook niet in de keuken kijken bij accountantsorganisaties en we hebben geen bevoegdheid om reviews uit te voeren op controledossiers. Dat zijn allemaal verantwoordelijkheden die in deze sector bij de AFM zijn belegd."

Verantwoordingsinformatie

Dat neemt niet weg dat de Aw een belangrijke partij is voor accountantsorganisaties. Vanuit de toezichthoudende taken die de instelling heeft met betrekking tot de 321 Nederlandse woningcorporaties gaat het dan om twee – overigens sterk van elkaar verschillende – elementen: de kwaliteit van de Verantwoordingsinformatie (dVi) en de marktverhoudingen tussen corporaties en accountantsorganisaties. Daarnaast participeert de Aw in een aantal werkgroepen met accountants in de sector. Die werkgroepen draaien vaak om vaktechnische afstemming rond verslaggevings- en controlevraagstukken.

De Verantwoordingsinformatie is een informatieset die corporaties jaarlijks, voor 1 juli, naast de jaarrekening aan de Aw moeten verstrekken. Haket: "Het gaat onder meer om informatie over het vastgoed, toelichtingen op de balans en het kasstroomoverzicht en vragen over rechtmatigheid." Bij dVi geeft de externe accountant een assurancerapport af en daar wringt 'm dan vaak de schoen. Want, aldus Haket: "Wij doen op dVi achteraf altijd een aantal checks en dan blijkt vaak dat er toch nog fouten in zitten: gegevensvelden zijn niet goed ingevuld, waarden conflicteren, gegevens ontbreken. Dat soort omissies, ondanks het assurancerapport dus. Dat is voor ons de voornaamste reden om elk jaar om de tafel te gaan zitten met de accountantsorganisaties die op deze markt actief zijn."

'Het zijn constructieve gesprekken die we met de accountants hebben, waarbij we onze bevindingen tot in detail kunnen bespreken. Samen zoeken we dan ook naar oplossingen, zoals aanpassingen in de werkprogramma's.'

Werkprogramma's

Daarbij is de laatste jaren wel gebleken dat de kwaliteit van dVi ‘licht verbeterd’ is. "Het zijn constructieve gesprekken die we met de accountants hebben, waarbij we onze bevindingen tot in detail kunnen bespreken. Samen zoeken we dan ook naar oplossingen, zoals aanpassingen in de werkprogramma's." Maar formeel is niet met zekerheid te zeggen dat dit de kwaliteit van dVi vooruit heeft geholpen. "Wij hebben immers geen inzage in de controledossiers." Uiteraard is ook de tijd en energie die de corporaties aan dVi besteden van het grootste belang. Een ander voorbehoud betreft het gegeven dat de set uitgevraagde informatie niet elk jaar hetzelfde is. Dus zijn de rapportages ook niet altijd voor honderd procent met elkaar vergelijkbaar.

Nieuwe elementen

Hoe dan ook, op de standaardonderdelen van dVi is volgens Haket verbetering zichtbaar, ook al is die ontwikkeling lastig te kwantificeren. De bevindingen van de Aw hebben momenteel meestal betrekking op nieuwe elementen. "Zo vragen we de laatste jaren gegevens op over de marktwaarde en over de scheiding tussen diensten van algemeen economisch belang en commerciële diensten. Dan zie je dat op die punten vaker fouten voorkomen. Ook zien we dat accountantskantoren verschillend omgaan met de informatievraag."

Overigens blijkt dat met wat meer communicatie dergelijke punten redelijk vlot de wereld uit kunnen zijn. "De ene accountantsorganisatie is daar wat actiever in dan de andere: bij onduidelijkheden vraagt men dan extra informatie op bij de Aw. Het resultaat daarvan is positief, want dat zien wij gelijk terug in de kwaliteit van de data die men aanlevert."

Aedes, de brancheorganisatie, maakt in projectvorm intussen ook werk van de verbetering van de informatievoorziening door corporaties. Daarnaast verwacht Haket dat de naderende oob-status, die van toepassing gaat zijn op veertig procent van alle corporaties, ook een positief effect kan hebben op de kwaliteit van dVi. "We hopen dat de uitgebreidere controle van de jaarrekening die bij een oob hoort, ook leidt tot een betere controle van dVi."

Nieuwbouwwijk_2_1000px.jpg

'We hopen dat de uitgebreidere controle van de jaarrekening die bij een oob hoort, ook leidt tot een betere controle van dVi.'

Marktoverheersing

Zoals gezegd, naast de kwaliteit van dVi is het met name de marktconcentratie in de accountancy die door de Aw is benoemd als relevant element voor een goed functioneren van 'de externe accountant'. Sinds enkele jaren rapporteert de toezichthouder daarom uitgebreid over de marktpartijen, over de omvang van de corporatieportefeuille van accountantsorganisaties en over de omvang van de portefeuille van individuele (tekenende) accountants. Marktoverheersing door een of enkele partijen wordt als ongewenst beschouwd, net zoals grote aantallen corporaties die door één partner worden bediend.

Dit aspect van de 'span of control' van individuele accountants kwam ook aan de orde in de Parlementaire Enquête Woningcorporaties. Haket tekent daar meteen bij aan dat de Aw uiteraard geen formele mogelijkheden heeft deze variabelen te beïnvloeden. "Maar we beschouwen deze elementen wel als risicofactoren. Daarom monitoren we dit en als we een negatieve ontwikkeling zouden zien, dan zouden we dat aan de orde stellen."

Van zo'n negatieve ontwikkeling is echter geen sprake, integendeel. "In de markt vinden momenteel verschuivingen plaats die de Aw juist positief waardeert: kleinere kantoren zijn bezig met wat een opmars genoemd kan worden. Naast de zes accountantsorganisaties die nu ongeveer 85 procent van de markt bedienen, komen er andere bij die aangeven hun marktaandeel te willen uitbreiden."

Ook het aantal corporaties per accountant is de afgelopen jaren gedaald. Waar het voorheen kon voorkomen dat een partner 35 tot 40 klanten in portefeuille had, ligt het maximum nu rond de 20.

Kwaliteitsmaatregelen

Is dat naar tevredenheid? Haket zegt dat dat niet alleen afhangt van dat aantal. "Kwaliteit is op verschillende manieren te waarborgen. Met hele goede controleleiders, die veel tijd voor een opdracht beschikbaar hebben, kan een tekenend accountant wellicht meer klanten bedienen. Ook interne reviews kunnen een belangrijk kwaliteitsverhogend effect hebben. Maar wij weten niet welke kwaliteitsmaatregelen men intern al dan niet treft. En dus kunnen wij moeilijk iets zeggen over alleen de absolute aantallen. Afgezien daarvan: deze aantallen daalden de afgelopen jaren of ze stabiliseerden zich en dat is wat de Aw betreft een gunstige ontwikkeling. Als we een stijgende lijn zouden zien, dan zouden we daar echt wel een issue van maken. Maar dat is dus niet aan de orde."