
Interview met Marcel Koestering en Caroline van Kester-Zwinkels
‘Niets doen is geen optie’
De discussie over de toekomst van de accountancy wordt vaak gevoerd vanuit het perspectief van wettelijke controles, grote kantoren en toezicht. Marcel Koestering, accountant bij Lansigt, en Caroline van Kester-Zwinkels, accountant en partner bij MRVO, vinden dat te smal. Als leden van de NBA Commissie MKB pleiten zij eensgezind voor een stevigere positie van de mkb-accountant.
Waarom is de NBA commissie MKB belangrijk? Moet de mkb-accountant niet vooral zijn werk doen?
Marcel Koestering: ´Juist omdat ons werk relevant is, moeten wij ons laten horen. De mkb-accountant zit elke dag bij ondernemers aan tafel, maar wordt in beleidsdiscussies onvoldoende gehoord. Bij grote kantoren is het normaal dat mensen worden vrijgemaakt voor commissies, consultaties en vaktechnische gremia. Bij kleinere praktijken gebeurt dat minder. Dan ontstaat het risico dat regels worden ontworpen vanuit de logica van grote organisaties en daarna op het mkb worden gelegd. Dat is niet goed voor de uitvoerbaarheid en uiteindelijk ook niet voor de kwaliteit.´
Caroline van Kester-Zwinkels: ‘Voor mij is het heel simpel: niets doen is geen optie. Ik zit daar niet alleen voor mezelf, maar voor de collega die nu in de samenstelpraktijk werkt, voor de student die nog moet kiezen of dit beroep bij hem of haar past, en voor de ondernemer die op zijn accountant vertrouwt. Als de mkb-accountant niet aan tafel zit, wordt er wel over ons gesproken, maar niet altijd met ons. Dan mis je de praktijktoets.’
Is het mkb-segment te lang bescheiden geweest?
MK: ‘Ja, dat vind ik wel. Dat is geen verwijt aan collega’s; iedereen heeft het druk en de klant gaat altijd voor. Maar bescheidenheid kan ook doorslaan. De mkb-accountant heeft een belangrijke maatschappelijke functie. Wij zorgen voor fiscale compliance en voegen betrouwbaarheid toe aan informatie die gebruikt wordt door vermogensverschaffers, personeel en andere stakeholders. Daar mogen we steviger over spreken. Niet schreeuwerig, wel helder.’
CKZ: ‘Ik herken dat. Veel mkb-accountants zijn doeners. Ze lossen problemen op, bellen de ondernemer, zorgen dat de aangifte klopt en dat de jaarrekening staat. Dat is waardevol, maar het maakt ons ook kwetsbaar. Als je alleen maar doet en niet uitlegt wat je doet, ziet de buitenwereld onvoldoende welke kwaliteit daarachter zit. Daarom moeten wij zichtbaar zijn: binnen de NBA, richting overheid, richting onderwijs en richting opdrachtgevers.’
Waar gaat het volgens jullie mis in de beeldvorming over de mkb-accountant?
MK: ‘Te vaak wordt het beroep versmald tot wettelijke controle. Dat is een belangrijk deel van de accountancy, maar het is maar een onderdeel van het vak. De mkb-accountant adviseert ondernemers in de breedste zin van het woord. Kernwaarden als professionaliteit, deskundigheid, integriteit en objectiviteit vormen het fundament van onze werkzaamheden. Daarin volgen we de VGBA. Getrouw is een veelgehoorde term in de controle. Betrouwbaar is het equivalent voor de mkb-accountant.’
CKZ: ‘Als je het beroep alleen door de haarvaten van de audit bekijkt, ontstaat een verkeerde hiërarchie. Alsof een accountant zonder bevoegdheid voor wettelijke controles minder accountant zou zijn. Dat beeld moeten we echt doorbreken. Een AA zonder certificeringsbevoegdheid voor de wettelijke controle is geen accountant-light. Die professional is opgeleid, vakbekwaam en juist heel relevant voor het mkb. De vraag moet zijn: welk accountantsproduct past bij de behoefte van de gebruiker, en welke accountant is daarvoor bevoegd en bekwaam? Niet: kunnen we overal automatisch dezelfde zware eis onder plakken?’
Wat is jullie boodschap aan collega’s die denken dat de NBA, regelgeving en beroepsprofielen te ver afstaat van hun praktijk?
CKZ: ‘Dan zou ik zeggen: juist daarom moet je betrokken zijn. Alles wat op papier ver weg lijkt, komt uiteindelijk je kantoor binnen. In een protocol, een opdrachtbrief, een opleidingseis, een toetsing of een klantvraag. Als je wilt dat die regels passen bij de praktijk, moet de praktijk meedoen.
MK: ‘Precies. Je hoeft geen beleidsmens te worden. Je moet accountant blijven. Maar de accountant van de toekomst kan zich niet veroorloven om alleen naar de eigen portefeuille te kijken. Dit gaat over de randvoorwaarden van ons vak. Als wij die niet mede vormgeven, doen anderen dat voor ons.’
Jullie klinken kritisch maar ook uitgesproken positief. Waarom noemen jullie je ambassadeurs van de accountancy?
MK: ‘Omdat kritiek uit liefde voor het vak komt. Ik wil dat de mkb-accountant over tien, twintig jaar nog steeds een sterke positie heeft. Niet als uitvoerder van regels, maar als vakprofessional die ondernemers helpt, kwaliteit bewaakt en vertrouwen toevoegt. Dat vraagt onderhoud. Aan het beroep, aan de opleiding en aan de regelgeving. Daar zet ik mij graag voor in.’
CKZ: ‘Voor mij zit het ambassadeurschap in verantwoordelijkheid nemen. Ik kom uit een omgeving waar je de schouders eronder zet. Zo kijk ik ook naar accountancy. We kunnen blijven zeggen dat anderen ons niet goed begrijpen, maar we kunnen ook laten zien wie we zijn en wat we kunnen. De mkb-accountant is professioneel, betrokken, nuchter en toekomstgericht. Dat verhaal verdient een stevige stem.’
MK: ‘En die stem moet niet alleen stevig zijn, maar ook verbindend. Wij zoeken geen tegenstelling met andere delen van het beroep. Wij willen een compleet beeld van accountancy.’
CKZ: ‘ Daar zijn we het helemaal over eens. De toekomst van het accountantsberoep is breder dan audit alleen. Wie het mkb serieus neemt, neemt de toekomst van de accountancy serieus.’