Reacties op green paper voeden debat over audit kwaliteit

De consultatie over de green paper audit kwaliteit die in juni 2017 gepubliceerd is door de NBA Stuurgroep Publiek Belang, heeft een ruime hoeveelheid uiteenlopende  reacties opgeleverd en veel debat losgemaakt. Zowel AFM, VEB en Eumedion, als ledengroepen en het ACB, wetenschappelijke instellingen, accountantskantoren en betrokken belangstellenden hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op de green paper. Ook de ronde tafelsessie die plaatsvond op 19 september leverde een levendig debat op over het onderwerp. 

De feedback die deze consultatieronde heeft opgeleverd, verwerkt de Stuurgroep tot een white paper met daarin een gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van auditkwaliteit. Deze is naar verwachting vóór het eind van dit jaar gereed. De Stuurgroep is tevreden over de hoeveelheid en de kwaliteit van de reacties. “Hiermee is een stevig en inhoudelijk debat ontstaan over audit kwaliteit, dat was precies de bedoeling”, aldus Pieter Jongstra, voorzitter van het NBA Bestuur.

Rode draden

Rode draad in de reacties: men juicht het toe dat deze stakeholderdialoog op gang is gebracht, het initiatief wordt breed verwelkomd en er bestaat grote behoefte binnen de sector om te reflecteren op het thema kwaliteit.

Tegelijkertijd heeft men op de inhoud van de green paper nog wel het een en ander aan te merken. Belangrijkste punten: het gekozen multistakeholderperspectief valt niet bij iedereen in goede aarde, men vreest een afstandelijke benadering die te weinig voeding geeft aan het veranderproces, en men mist een eenduidige definitie van audit kwaliteit.

Veel discussie was er over het multistakeholderperspectief. Verschillende partijen adviseren om één dominant perspectief te kiezen: het perspectief van het publiek belang. Daarbij grijpen zij vaak terug naar de accountant als vertrouwenspersoon van het maatschappelijk verkeer. De VEB specificeert dit nog verder: “betrekking op het publieke belang is gebaat bij de duidelijke vooropstelling dat de eisen die worden gesteld aan audit kwaliteit strekken ter bescherming - naast de vennootschap - van derden die bij het verrichten van transacties afgaan op de door de accountant goedgekeurde jaarrekening”. Eumedion voegt daar aan toe: “Expliciet valt hier ook onder het effectief communiceren over de bevindingen met het maatschappelijk verkeer, zodat het maatschappelijk verkeer een gerechtvaardigd vertrouwen mag hebben dat er geen materiële onjuistheden staan in al hetgeen dat wordt gesteld in de jaarstukken.”

In de reacties wordt enkele malen de vraag gesteld of het überhaupt mogelijk is om een objectieve en meetbare definitie van audit kwaliteit op te stellen. Elke onderneming is anders en elke controle is maatwerk. Of er wordt gesteld dat juist de focus op het vastomlijnd definiëren van kwaliteit een ‘dwaalspoor’ is: Te veel controle en regels kan ten koste gaan van vertrouwen en daarmee van het bestaansrecht van het beroep.

De AFM is van mening dat er sprake moet zijn van een vorm van normering in het vast te stellen kwaliteitsbegrip. Verwijzend naar de standaarden (NV COS) zeggen zij, “dat zij verwachten dat de kwaliteitsnormering een operationele invulling is van de activiteiten die tenminste moeten worden ondernomen om in redelijke mate zekerheid te verkrijgen zoals bedoeld in wet- en regelgeving.”

Met haar reactie bevestigt het Advies College voor Beroepsreglementering (ACB) het AFM-standpunt: accountants die aan de standaarden voldoen zouden in principe kwaliteit moeten leveren. Toch verwacht het ACB meer van de accountant : “We hebben het hier bewust over in principe, want de standaarden en andere regelgeving zijn principle based. Het kan dus zijn dat een accountant moet constateren dat hij de standaarden naar de letter heeft nageleefd, maar dat hij niet voldoet aan de doelstelling van de ISA’s / NV COS dat hij voldoende en geschikte controle informatie moet hebben om een goedkeurende verklaring te geven. In dat geval zal hij dus mogelijk meer moeten doen.”

Enkele partijen wezen op de noodzaak om meer aan te sluiten bij internationale kwaliteitsdefinities, normen en discussies. Of om dat te doen, en tegelijkertijd te zoeken naar de rol van Nederland als gidsland in deze materie. 

Ook het taalgebruik in de green paper en in de standaarden zelf komt aan bod: “Kan het wat praktischer en toegankelijker worden opgeschreven?”, vraagt men zich af. ”Eenvoudige, heldere standaarden worden beter begrepen en daardoor beter toegepast”.

De Stuurgroep Publiek Belang is, ondanks de soms kritische toon van de reacties, zeer tevreden met het ruime aantal reacties en de kwaliteit. Pieter Jongstra, voorzitter van het NBA bestuur en de Stuurgroep: “Kwaliteit in ons beroep ontstaat niet door een definitie af te kondigen of op te leggen. Wat we nodig hebben is debat en dialoog: kwaliteitsbesef moet gaan leven en doorleefd worden. Dit proces, met een green paper en een stakeholder debat en een consultatieronde, moet precies dat losmaken. Het is verder goed om te zien dat er duidelijke rode draden in de reacties zitten. Met de Stuurgroep werken wij nu aan een white paper kwaliteit.”