NBA: Ministerie belooft meer duidelijkheid rondom ambtshalve vermindering Box 3

Belastingbetalers die voor 31 december aanstaande een verzoek indienen om ambtshalve vermindering Box 3, hebben mogelijk straks toch een betere rechtspositie dan mensen die geen verzoek hebben ingediend. Het ministerie van Financiën heeft echter toegezegd snel meer duidelijkheid te geven, om individuele verzoeken overbodig te maken.

In een Kamerbrief van 4 november jl. maakte staatssecretaris Van Rij bekend dat mensen die destijds niet tijdig bezwaar hebben aangetekend tegen hun Box 3-heffing (‘niet-bezwaarmakers’) over de jaren 2017-2020, geen verzoek hoeven in te dienen om ambtshalve vermindering. Dit om te voorkomen dat een grote workload aan (papieren) verzoeken bij de Belastingdienst wordt ingediend, kort voor het einde van het jaar.

Betere rechtspositie

Maar inmiddels blijkt dat wie wél tijdig een verzoek om ambtshalve vermindering indient (voor belastingjaar 2017 is dat uiterlijk 31 december 2022), straks mogelijk toch een betere rechtspositie heeft. Dat blijkt uit de details van de Kamerbrief van 4 november.

Op basis van de procedure ‘massaal bezwaar plus’ kan slechts aanspraak worden gemaakt op een nadere uitspraak van de Hoge Raad over een zaak of aantal zaken die daarvoor worden geselecteerd, als die ook positief uitpakt voor belastingplichtigen. De koepelorganisaties (NBA, SRA, NOB, RB en NOAB) hebben deze onduidelijkheid op 15 november voorgelegd aan het ministerie van Financiën en de Belastingdienst.

Een tijdige ‘verzoeker om ambtshalve vermindering’ heeft volgens de koepels meer rechten, namelijk:

  • hij/zij kan ook een beroep doen op een latere Hoge Raad-uitspraak in een zaak die niet tot de beperkte selectie van procedures behoort en voor hem/haar gunstiger is;
  • hij/zij kan een beroep doen op een latere uitspraak van de Europese rechter (EHRM) die representatief is voor zijn/haar case;
  • hij/zij kan ook de geboden hoogte van de compensatie (op basis van de spaarvariant) in bezwaar en beroep bestrijden (en om compensatie vragen op basis van het werkelijk rendement).

De vraag is nu of en wanneer het ministerie op dit punt zekerheid zal geven. Omdat het einde van het jaar snel dichterbij komt, wordt geadviseerd om in voorkomende gevallen toch voor 1 januari 2023 een verzoek om ambtshalve vermindering in te dienen; in ieder geval voor het belastingjaar 2017.

Wetswijziging

Voor de invoering van de ‘massaalbezwaarplus’-procedure is een wetswijziging nodig, die pas per 1 januari 2023 van kracht zal zijn. Dan is de vijfjaarstermijn over het belastingjaar 2017 verlopen. Wellicht komt het ministerie nog met een toezegging op dit punt, maar dat is onzeker.

Ook een mogelijke aanpassing van de Kamerbrief van 4 november, of een toezegging dat aan ‘verzoekers’ en ‘niet-verzoekers’ gelijke rechten worden toegekend, is nog niet zeker.

De koepels maken zich net als de Belastingdienst zorgen over extra workload door verzoeken om ambtshalve vermindering, maar constateren gezamenlijk dat dit met de Kamerbrief van 4 november niet wordt voorkomen. De NBA adviseert dus nu om niet langer te wachten met het doen van verzoeken om ambtshalve vermindering over het belastingjaar 2017. Door de RB is hiervoor een modelbrief beschikbaar gesteld.

Update

De NBA heeft op 16 november 2022 zowel samen met de koepels als later individueel overleg gehad met het ministerie van Financiën, over de genoemde onzekerheden en het tijdpad tot 31 december 2022. Partijen willen gezamenlijk een grote workload aan verzoekschriften in de komende weken zoveel mogelijk voorkomen.

Het ministerie heeft inmiddels toegezegd eind volgende week met meer duidelijkheid te komen. Die nadere duidelijkheid beoogt om individuele verzoeken tot ambtshalve vermindering over de jaren 2017 t/m 2020 overbodig te maken, met een schriftelijke bevestiging vanuit het ministerie dat alle belastingplichtigen die belasting in Box 3 verschuldigd zijn over deze jaren dezelfde rechten krijgen, ongeacht of zij wel of geen verzoek om vermindering hebben ingediend.

De NBA heeft vertrouwen in de toezeggingen die door het ministerie aan de koepels zijn gedaan en die bovendien zijn bevestigd in een separaat gesprek met de NBA.