Vertogas en CertiQ

COPRO heeft twee protocollen op het gebied van biomassa beoordeeld. Dit betreft de Handleiding Assurancerapportage Biomassa met daarin opgenomen het Controleprotocol Assurancerapportage Biomassa (versie 5.2 d.d. januari 2021) van Vertogas en Bijlage 3A behorende bij artikel 17, tweede lid, onderdeel A van genoemde regeling met daarin opgenomen het Controleprotocol en voorbeeld assurancerapport productie van elektriciteit en/of warmte uit meerdere brandstoffen (versie 1 januari 2020, Stcrt. 2019/37126) van CertiQ. Beide protocollen zijn gekoppeld aan de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong (verder: regeling) en betreffen verantwoordingsjaar 2020.

Tussenoordeel COPRO

COPRO heeft in haar eerdere tussenoordeel vastgesteld dat de in de protocollen opgenomen attentiepunten respectievelijk minimaal uit te voeren onderzoekswerkzaamheden op diverse onderdelen als vaktechnisch niet-uitvoerbaar aangemerkt moesten worden. Ook bij de in de protocollen opgenomen assurance-rapporten werden tekortkomingen vastgesteld. COPRO had over beide protocollen voor verslagjaar 2019 geen oordeel gegeven, in afwachting van de verbeterde versies voor 2020. Nu bleek dat de versies 2020 nauwelijks afweken van de versies 2019 en publicatie al plaatsvond, had COPRO besloten tot een tussenoordeel.

Eindoordeel COPRO

Bovengenoemd oordeel wordt door COPRO gehandhaafd. COPRO heeft daarom het Ministerie van EZK, Vertogas en CertiQ in eerste instantie geadviseerd om de gepubliceerde protocollen alsnog aan te passen conform het COPRO commentaar en tegelijk uitstel aan de producenten te geven. Hoewel uitstel niet mogelijk bleek te zijn, heeft het Ministerie op advies van COPRO de regeling op korte termijn aangepast. Enerzijds is toepassing van eerdergenoemde protocollen niet meer verplicht, anderzijds is artikel 17 lid 4 geherformuleerd.

COPRO adviseert accountants daarom in de opdracht, de werkzaamheden en het assurance-rapport direct aan te sluiten bij artikel 17 lid 3 en 4 van de regeling en niet te verwijzen naar de protocollen. Dit voorkomt de situatie dat in het assurance-rapport een oordeel wordt gegeven met verwijzing naar het betreffende protocol, waarbij alle beperking moeten worden beschreven die de accountant moest aanbrengen in de reikwijdte van de werkzaamheden die vermeld zijn in de protocollen. Door te refereren aan artikel 17 lid 3 en 4 wordt aangesloten op de doelstellingen van de genoemde regeling en zijn de criteria voor toetsing gelimiteerd en uitvoerbaar. Er kan dan dus ook in beginsel gekomen worden tot een assurance rapport met een positief oordeel. COPRO tekent hierbij nog wel aan dat bij installaties die niet alleen zuivere biomassa verwerken, de accountant mogelijk niet tot een goedkeurend oordeel wat betreft artikel 17 lid 4 kan komen.

Assurance-rapport

COPRO adviseert accountants om het assurance-rapport 2020 als volgt in te richten:

  • Maak gebruik van het NBA model 3.1.1 ‘Assurance-rapport, algemene template in nieuw format bij een redelijke mate van zekerheid’;
  • Maak dit algemene model klant- en kantoorspecifiek;
  • Richt het oordeel op de toetspunten van bovengenoemd artikel 17 lid 3 en 4. De teksten tussen [..] zijn ter verduidelijking toegevoegd:

Artikel 17 lid 3

a. [of de rapportage van de producent weergeeft] per kalendermaand de hoeveelheid, aard en, in honderdsten van procenten nauwkeurig, de verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen;

b. of de door de producent op grond van artikel 11, vierde lid [meetrapport], meegedeelde percentages overeenstemmen met de verhouding van de onder a bedoelde brandstoffen;

c. of uit de administratie van de producent of van uit andere de accountant ter beschikking staande gegevens volgt dat er gedurende het afgelopen jaar in overeenstemming is gehandeld met de overgelegde verklaring, bedoeld in artikel 11, vijfde lid [certificaat].

Artikel 17 lid 4

Ten behoeve van het bepalen van de gegevens, bedoeld in het derde lid [van artikel 17], gaat de accountant na of uit de administratie van de producent blijkt dat het gebruik van de geëigende methode, bedoeld in artikel 16, eerste en tweede lid [certificering], is onderbouwd met de benodigde certificaten.

  • Verwijs in de van toepassing zijnde criteria uitsluitend naar artikel 17 lid 3 en 4;
  • Bepaal het effect van het eventueel niet kunnen toetsen van de bepalingen in artikel 17 lid 4 op het oordeel in het assurance-rapport.
  • Verwijs niet naar het protocol van Vertogas of CertiQ of naar andere artikelen uit de regeling;
  • Gebruik de paragraaf ‘Kernpunten van ons onderzoek’ en ‘Benadrukking van bepaalde aangelegenheden’ om bijzonderheden of beperkingen in de werkzaamheden te vermelden. Bijvoorbeeld dat de accountant uitsluitend gebruik heeft gemaakt van deskundigen die bij de betreffende installatie metingen en/of certificaten hebben verstrekt, zonder dat hij hierbij zelfstandig onderzoek heeft uitgevoerd.
  • Gebruik de paragraaf ‘Beperking in gebruik en verspreidingskring’ om aan te geven dat het assurance-rapport buiten de klant alleen bestemd is voor Vertogas/CertiQ en RVO.

COPRO benadrukt dat de gekozen oplossing alleen voor verantwoordingsjaar 2020 geldt. Voor 2021 en verder zal een structurele oplossing gevonden moeten worden, met een herbezinning over de rol van de accountant. Het Ministerie van EZK heeft toegezegd hieraan te werken en COPRO in het ontwikkelproces te betrekken.