Overwegingen bij EU-verordening; eisen wettelijke controles van financiële overzichten van oob's

Dit document bevat de overwegingen die hebben gegolden bij de totstandkoming van de VERORDENING (EU) Nr. 537/2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang.

Overwegingen
  1. De wet heeft aan wettelijke auditors en aan auditkantoren de uitvoering van de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang toevertrouwd, teneinde het vertrouwen van het publiek in de jaarlijkse financiële overzichten en geconsolideerde financiële overzichten van deze organisaties te vergroten. Het publieke belang van de wettelijke controle betekent dat een grote kring van personen en instellingen vertrouwt op de kwaliteit van het werk van deze wettelijke auditors of deze auditkantoren. Controles van goede kwaliteit dragen bij tot een behoorlijke werking van de markten doordat de integriteit en de efficiëntie van de financiële overzichten worden vergroot. Wettelijke auditors vervullen zo een bijzonder belangrijke maatschappelijke rol.

  2. De wetgeving van de Europese Unie schrijft voor dat de financiële overzichten, die bestaan uit jaarlijkse financiële overzichten of geconsolideerde financiële overzichten, van kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, emittenten van effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, betalingsinstellingen, instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), instellingen voor elektronisch geld, en alternatieve beleggingsinstellingen moeten worden gecontroleerd door een of meer personen die bevoegd zijn tot het uitvoeren van dergelijke controles overeenkomstig de wetgeving van de Unie, met name: artikel 1, lid 1, van Richtlijn 86/635/EEG van de Raad, artikel 1, lid 1, van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad; artikel 4, lid 4, van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad; artikel 15, lid 2, van Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad; artikel 73 van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad; artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad, en artikel 22, lid 3, van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad . Voorts schrijft artikel 4, lid 1, onder 1), van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad ook voor dat de jaarlijkse financiële overzichten van beleggingsondernemingen moeten worden gecontroleerd, indien Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad niet van toepassing is.

  3. De voorwaarden voor de toelating van de personen die belast zijn met het uitvoeren van de wettelijke controle van financiële overzichten, alsmede de minimumeisen voor het uitvoeren van deze wettelijke controle zijn vastgelegd in Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad.

  4. De Commissie heeft op 13 oktober 2010 het groenboek met als titel „Beleid inzake controle van financiële overzichten: lessen uit de crisis” gepubliceerd, dat een brede openbare raadpleging van start deed gaan, in de algemene context van de hervorming van de regulering van de financiële markt, over de rol en het bereik van de auditfunctie en de manier waarop de auditfunctie kan worden verbeterd om bij te dragen tot meer financiële stabiliteit. Die openbare raadpleging toonde aan dat de regels van Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen van organisaties van openbaar belang zouden kunnen worden verbeterd. Het Europees Parlement heeft op 13 september 2011 op eigen initiatief een verslag over het groenboek aangenomen. Voorts heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité op 16 juni 2011 een advies over dit groenboek aangenomen.

  5. Het is belangrijk om gedetailleerde regels vast te stellen om te verzekeren dat de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang van voldoende kwaliteit zijn en worden uitgevoerd door wettelijke auditors en auditkantoren waarvoor strenge eisen gelden. Een gemeenschappelijke regelgevingsaanpak moet verbetering brengen in de integriteit, onafhankelijkheid, objectiviteit, verantwoordelijkheid, transparantie en betrouwbaarheid van wettelijke auditors en auditkantoren die wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang uitvoeren, wat moet bijdragen tot de kwaliteit van wettelijke controles in de Unie, en daarmee tot het soepel functioneren van de interne markt, en tegelijkertijd een hoog niveau van bescherming van de consument en de belegger waarborgt. De ontwikkeling van een aparte wet voor organisaties van openbaar belang moet ook zorgen voor consistente harmonisatie en uniforme toepassing van de regels en zo bijdragen tot een effectiever functioneren van de interne markt. Deze strikte eisen moeten gelden voor wettelijke auditors en auditkantoren, voor zover deze wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang uitvoeren.

  6. Kenmerkend voor de wettelijke controle in sommige lidstaten van de financiële overzichten van coöperaties en spaarbanken is dat zij hun wettelijke auditor of auditkantoor niet vrij kunnen kiezen. De auditorganisatie waar de coöperatie of de spaarbank toe behoort, is bij wet verplicht de wettelijke controle uit te voeren. Dergelijke auditorganisaties handelen zonder winstoogmerk en streven overeenkomstig hun juridische status geen commerciële belangen na. Voorts hebben de afdelingen van deze organisaties geen gemeenschappelijk economisch belang, zodat hun onafhankelijkheid niet in het gedrang komt. Dienovereenkomstig zouden de lidstaten de mogelijkheid moeten hebben coöperaties in de zin van artikel 2, punt 14, van Richtlijn 2006/43/EG, spaarbanken en soortgelijke entiteiten als bedoeld in artikel 45 van Richtlijn 86/635/EEG of hun dochterondernemingen of rechtsopvolgers uit te zonderen van deze verordening, mits is voldaan aan de beginselen van onafhankelijkheid als neergelegd in Richtlijn 2006/43/EG.

  7. De hoogte van de honoraria die van een gecontroleerde entiteit worden ontvangen, en de structuur van de honoraria kunnen een bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid van wettelijke auditors of auditkantoren. Het is dan ook van belang ervoor te zorgen dat de honoraria voor controles niet resultaatgebonden zijn en dat, als de honoraria voor controles van één enkele cliënt, met inbegrip van zijn dochterondernemingen, aanzienlijk zijn, er een specifieke procedure, waarbij het auditcomité betrokken wordt, wordt vastgesteld om de kwaliteit van de controles te waarborgen. Als de afhankelijkheid van een wettelijke auditor of het auditkantoor van één cliënt te groot wordt, moet het auditcomité op goede gronden beslissen of de wettelijke auditor of het auditkantoor de wettelijke controle verder mag uitvoeren. Bij het nemen van die beslissing moet het auditcomité onder meer de bedreigingen voor de onafhankelijkheid en de gevolgen van een dergelijke beslissing in overweging nemen.

  8. Het leveren van bepaalde andere diensten dan wettelijke controles (niet-controlediensten) aan gecontroleerde entiteiten door wettelijke auditors, auditkantoren of leden van hun netwerken, kan hun onafhankelijkheid in het gedrang brengen. Het verlenen van bepaalde niet-controlediensten zoals specifieke belasting-, consultancy- en adviesdiensten aan de gecontroleerde entiteit, haar moederonderneming of haar gecontroleerde ondernemingen binnen de Unie dient daarom te worden verboden. Diensten die inhouden dat er een rol wordt vervuld bij het beheer of de besluitvorming van de gecontroleerde entiteit, kunnen zijn: beheer van werkkapitaal, verstrekken van financiële informatie, bedrijfsprocesoptimalisatie, beheer van liquide middelen, vaststellen van verrekenprijzen, creëren van efficiënte toeleveringsketens en dergelijke. Diensten die verband houden met de financiering, de kapitaalstructuur en -toewijzing, en de beleggingsstrategie van de gecontroleerde entiteit dienen te worden verboden, met uitzondering van due diligence-diensten, het verschaffen van „comfort letters” met betrekking tot door de gecontroleerde entiteit uitgegeven prospectussen en andere assurance-diensten.

  9. Het moet voor de lidstaten mogelijk zijn te besluiten wettelijke auditors en auditkantoren toe te laten bepaalde belasting- en waarderingsdiensten te verlenen, als dergelijke diensten niet van materieel belang zijn en afzonderlijk dan wel samengevoegd geen rechtstreeks effect op de gecontroleerde financiële overzichten hebben. Hebben dergelijke diensten betrekking op agressieve fiscale planning, dan mogen ze niet als niet van materieel belang worden beschouwd. Een wettelijke auditor of auditkantoor mag aan de gecontroleerde entiteit dan ook geen dergelijke diensten verlenen. Een wettelijke auditor of auditkantoor moet de mogelijkheid hebben om niet-controlediensten te verstrekken die door deze verordening niet verboden zijn, als die dienstverlening vooraf is goedgekeurd door het auditcomité en als de wettelijke auditor of het auditkantoor zich ervan vergewist heeft dat die dienstverlening voor de onafhankelijkheid van de wettelijke auditor of het auditkantoor geen bedreiging vormt die door de toepassing van veiligheidsmaatregelen niet kan worden teruggebracht op een aanvaardbaar niveau.

  10. Teneinde belangenconflicten te vermijden, is het van belang dat de wettelijke auditor of het auditkantoor, alvorens een opdracht voor een wettelijke controle van de financiële overzichten van een organisatie van openbaar belang te aanvaarden of voort te zetten, beoordeelt of is voldaan aan de onafhankelijkheidsvereisten, en in het bijzonder of zich bedreigingen voor de onafhankelijkheid voordoen als gevolg van de relatie met deze organisatie. De wettelijke auditor of het auditkantoor moet jaarlijks aan het auditcomité van de gecontroleerde entiteit zijn onafhankelijkheid bevestigen en moet met dat comité alle bedreigingen voor zijn onafhankelijkheid, alsook de toegepaste beschermingsmaatregelen om deze bedreigingen in te perken, bespreken.

  11. Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad dient de verwerking van persoonsgegevens te regelen die in de lidstaten plaatsvindt in het kader van deze verordening en dergelijke verwerking van persoonsgegevens dient onder het toezicht van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten te gebeuren, in het bijzonder van de door de lidstaten aangewezen onafhankelijke publieke instanties. Het uitwisselen of doorgeven van informatie door de bevoegde autoriteiten dient te voldoen aan de voorschriften betreffende de doorgifte van persoonsgegevens die zijn neergelegd in Richtlijn 95/46/EG.

  12. Een grondige opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling van de werkzaamheden die worden verricht voor elke wettelijke controleopdracht, moet bijdragen tot controles van hoge kwaliteit. De wettelijke auditor of het auditkantoor mag daarom zijn controleverklaring pas afgeven nadat deze opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling is afgerond.

  13. De resultaten van de wettelijke controle van een organisatie van openbaar belang moeten worden aangeboden aan de belanghebbenden in de controleverklaring. Om het vertrouwen van de belanghebbenden in de financiële overzichten van de gecontroleerde entiteit te vergroten, is het met name van belang dat de controleverklaring gefundeerd en goed onderbouwd is. Naast de informatie die moet worden verstrekt op grond van artikel 28 van Richtlijn 2006/43/EG, moet de controleverklaring met name voldoende informatie bevatten over de onafhankelijkheid van de wettelijke auditor of het auditkantoor en over de vraag of wettelijke controle onregelmatigheden, zoals fraude, aan het licht kon brengen.

  14. Wettelijke controles zouden voor de gecontroleerde entiteit met name een grotere waarde krijgen, als de communicatie tussen de wettelijke auditor of het auditkantoor enerzijds en het auditcomité anderzijds wordt versterkt. Naast de regelmatige dialoog tijdens de uitvoering van de wettelijke controle, is het van belang dat de wettelijke auditor of het auditkantoor het auditcomité ook een aanvullende en gedetailleerdere verklaring over de resultaten van de wettelijke controle verstrekt. Die aanvullende verklaring dient niet later dan de controleverklaring aan het auditcomité te worden verstrekt. De wettelijke auditor of het auditkantoor dient op verzoek met het auditcomité de belangrijke zaken te bespreken die in de aanvullende gedetailleerde verklaring zijn vermeld. Voorts moet het mogelijk zijn die aanvullende verklaring op verzoek beschikbaar te stellen aan de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op wettelijke auditors en auditkantoren, en aan derden, indien het nationaal recht daarin voorziet.

  15. Wettelijke auditors of auditkantoren verstrekken bevoegde autoriteiten die toezien op organisaties van openbaar belang, al informatie over feiten of besluiten die een schending van de regels voor de activiteiten van de gecontroleerde entiteit of een bedreiging voor de bedrijfscontinuïteit van de gecontroleerde entiteit zouden kunnen vormen. De toezichthoudende taken zouden evenwel worden vergemakkelijkt als de toezichthouders van kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen werden verplicht een effectieve dialoog met hun wettelijke auditors en auditkantoren op te zetten.

  16. Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad heeft het Europees Comité voor systeemrisico's (European Systemic Risk Board — ESRB) opgericht. De rol van het ESRB bestaat erin de toename van het systeemrisico in de Unie te monitoren. Gelet op de informatie waar wettelijke auditors en auditkantoren van systeemrelevante financiële instellingen toegang toe hebben, kan hun ervaring voor de werkzaamheden van het ESRB van nut zijn. Daarom dient deze verordening de instelling van een jaarlijks forum voor wederzijdse dialoog tussen wettelijke auditors en auditkantoren enerzijds en het ESRB anderzijds, op sectorale, geanonimiseerde basis mogelijk te maken.

  17. Om het vertrouwen in en de aansprakelijkheid van wettelijke auditors en auditkantoren die de wettelijke controle van de financiële overzichten van organisaties van openbaar belang uitvoeren, te vergroten, is het van belang dat de verslaglegging door wettelijke auditors en auditkantoren, wat de transparantie betreft, wordt uitgebreid. Wettelijke auditors en auditkantoren moeten daarom worden verplicht financiële informatie bekend te maken, waarbij zij met name hun totale omzet moeten laten zien, uitgesplitst naar door organisaties van openbaar belang betaalde honoraria voor controles van financiële overzichten, door andere entiteiten betaalde honoraria voor controles, en honoraria voor overige diensten. Zij moeten ook financiële informatie op het niveau van het netwerk waartoe zij behoren, bekendmaken. Wettelijke auditors en auditkantoren moeten aan de bevoegde autoriteiten aanvullende supplementaire informatie over honoraria voor controles verstrekken, om hun toezichthoudende taken te vergemakkelijken.

  18. Het is van belang dat de rol van het auditcomité bij de selectie van een nieuwe wettelijke auditor of een nieuw auditkantoor wordt versterkt, opdat de algemene aandeelhouders- of ledenvergadering van de gecontroleerde entiteit een beter onderbouwd besluit kan nemen. Wanneer het leidinggevend of toezichthoudend orgaan dus een voorstel doet aan de algemene vergadering, moet het uitleggen of de voorkeur van het auditcomité wordt gevolgd, en indien dat niet het geval is, waarom niet. De aanbeveling van het auditcomité moet ten minste twee keuzemogelijkheden voor de controleopdracht bevatten en een deugdelijk gemotiveerde voorkeur voor een daarvan, zodat ook echt wat te kiezen valt. Om in zijn aanbeveling een eerlijke en afdoende motivering te kunnen geven, moet het auditcomité gebruikmaken van de resultaten van een verplichte selectieprocedure die door de gecontroleerde entiteit is georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van het auditcomité. In deze selectieprocedure mag de gecontroleerde entiteit wettelijke auditors en auditkantoren met een klein marktaandeel er niet van weerhouden voorstellen voor de controleopdracht in te dienen. De aanbestedingsdocumenten moeten transparante en niet-discriminerende selectiecriteria bevatten die bij de evaluatie van de voorstellen moeten worden gebruikt. Omdat deze selectieprocedure echter onevenredige kosten met zich mee kan brengen voor ondernemingen met een beperkte beurswaarde of voor kleine en middelgrote organisaties van openbaar belang, gezien hun omvang, is het aangewezen dergelijke ondernemingen en organisaties van de verplichting om een selectieprocedure voor een nieuwe wettelijke auditor of een auditkantoor te organiseren te ontslaan.

  19. Het recht van de algemene aandeelhouders- of ledenvergadering van de gecontroleerde entiteit om de wettelijke auditor of het auditkantoor te kiezen zou van geen enkele waarde zijn als de gecontroleerde entiteit een contract zou sluiten met een derde partij die deze keuze beperkt. Elke bepaling van een overeenkomst met een derde partij waartoe de gecontroleerde entiteit zich verbindt, betreffende de benoeming van of houdende een beperking van de keuze tot bepaalde wettelijke auditors of bepaalde auditkantoren, moet daarom als nietig worden beschouwd.

  20. De benoeming van meer dan één wettelijke auditor of auditkantoor door organisaties van openbaar belang zou de professioneel-kritische instelling versterken en de kwaliteit van de controles helpen te verhogen. Deze maatregel, in combinatie met de aanwezigheid van kleinere auditkantoren in de auditmarkt, zou ook de ontwikkeling van de capaciteit van zulke kantoren bevorderen en aldus bijdragen tot een ruimere keuze aan wettelijke auditors en auditkantoren voor organisaties van openbaar belang. Deze moeten daarom worden aangemoedigd en gestimuleerd om meer dan één wettelijke auditor of auditkantoor te benoemen voor de uitvoering van de wettelijke controle.

  21. Om het gevaar van te grote vertrouwelijkheid aan te pakken en zo de onafhankelijkheid van wettelijke auditors en auditkantoren te versterken, is het van belang een maximumduur vast te stellen voor de controleopdracht van een wettelijke auditor of auditkantoor bij een bepaalde gecontroleerde entiteit. Daarnaast voorziet deze verordening, als middel om de onafhankelijkheid van de wettelijke auditor of het auditkantoor te vergroten, de professioneel-kritische instelling te versterken en de kwaliteit van de controles te verhogen, in de volgende alternatieven voor een verlenging van de maximumduur: regelmatige en open verplichte heraanbestedingen of de benoeming van meer dan één wettelijke auditor of auditkantoor door organisaties van openbaar belang. Ook zou het betrekken van kleinere auditkantoren bij deze maatregelen de ontwikkeling van de capaciteit van zulke kantoren ten goede komen en aldus bijdragen tot een ruimere keuze aan wettelijke auditors en auditkantoren voor organisaties van openbaar belang. Er moet ook een geschikt geleidelijk roulatiemechanisme worden ingevoerd met betrekking tot de voornaamste vennoten die namens het auditkantoor de wettelijke controle uitvoeren. Het is tevens van belang om te voorzien in een passende periode waarbinnen deze wettelijke auditor of dit auditkantoor geen wettelijke controles van financiële overzichten van dezelfde organisatie mag uitvoeren. Om voor een soepele overgang te zorgen, moet de vorige wettelijke auditor een dossier met relevante informatie overdragen aan de nieuwe wettelijke auditor.

  22. Om belangenconflicten te vermijden en er zo voor te zorgen dat beleggers en consumenten een groot vertrouwen in de interne markt hebben, moeten wettelijke auditors en auditkantoren worden onderworpen aan passend toezicht door bevoegde autoriteiten die onafhankelijk zijn van de beroepsgroep van de auditors en die beschikken over voldoende capaciteit, expertise en middelen. De lidstaten moeten elk van de taken van hun bevoegde autoriteiten aan andere entiteiten of organisaties kunnen delegeren of hun bevoegde autoriteiten kunnen toelaten deze aan hen te delegeren, met uitzondering van de taken die verband houden met kwaliteitsborgingsstelsels, onderzoeken en tuchtregelingen. De lidstaten moeten er echter voor kunnen kiezen om taken in verband met tuchtregelingen te delegeren aan andere autoriteiten en organisaties, mits de meerderheid van de bij het beheer van die autoriteit of die organisatie betrokken personen onafhankelijk is van de beroepsgroep van de auditors. De nationale bevoegde autoriteiten moeten beschikken over de nodige bevoegdheden om hun toezichthoudende taken ter hand te nemen, met inbegrip van de bevoegdheid om toegang te krijgen tot gegevens, informatie te verkrijgen en inspecties uit te voeren. Zij moeten zich specialiseren in het toezicht op financiële markten, in de naleving van financiële verslaggevingsverplichtingen of in het toezicht op wettelijke controles van financiële overzichten. Het moet evenwel mogelijk zijn dat het toezicht op de naleving van de aan organisaties van openbaar belang opgelegde verplichtingen wordt uitgeoefend door de bevoegde autoriteiten die belast zijn met het toezicht op deze organisaties. De financiering van de bevoegde autoriteiten moet beschermd zijn tegen ongewenste beïnvloeding door wettelijke auditors of auditkantoren.

  23. De kwaliteit van het toezicht zou moeten verbeteren, als er effectieve samenwerking is tussen de autoriteiten die op nationaal niveau met verschillende taken zijn belast. De autoriteiten die bevoegd zijn voor het toezicht op de naleving van de verplichtingen met betrekking tot de wettelijke controle van de financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, moeten daarom samenwerken met de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de in Richtlijn 2006/43/EG omschreven taken, met de autoriteiten die toezicht houden op organisaties van openbaar belang, en met de financiële inlichtingeneenheden als bedoeld in Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad.

  24. Externe kwaliteitsborging voor wettelijke controles is essentieel voor controles van hoge kwaliteit. Zij verhoogt de geloofwaardigheid van gepubliceerde financiële informatie en biedt een betere bescherming aan aandeelhouders, beleggers, kredietverleners en andere belanghebbende partijen. Wettelijke auditors en auditkantoren moeten daarom worden onderworpen aan een kwaliteitsborgingsstelsel onder verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteiten, zodat de objectiviteit en de onafhankelijkheid van de beroepsgroep van de auditors worden gewaarborgd. Kwaliteitsbeoordelingen moeten op zodanige wijze worden georganiseerd dat elke wettelijke auditor die en elk auditkantoor dat controles van organisaties van openbaar belang uitvoert, worden onderworpen aan een kwaliteitsbeoordeling op basis van een risicoanalyse. Wat betreft wettelijke auditors en auditkantoren die wettelijke controles van de financiële overzichten van andere organisaties van openbaar belang uitvoeren dan die als omschreven in artikel 2, punten 17 en 18, van Richtlijn 2006/43/EG, dient die beoordeling ten minste om de drie jaar plaats te vinden, en in andere gevallen, ten minste om de zes jaar. De aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2008 inzake de externe kwaliteitsborging voor wettelijke auditors en auditkantoren die jaarrekeningen van organisaties van openbaar belang (16) controleren, bevat informatie over de wijze waarop inspecties moeten plaatsvinden. Kwaliteitsbeoordelingen moeten passend zijn en in verhouding staan tot de schaal en de complexiteit van de werkzaamheden van de beoordeelde wettelijke auditor of het beoordeelde auditkantoor.

  25. De markt voor het leveren van wettelijke controlediensten aan organisaties van openbaar belang ontwikkelt zich in de loop van de tijd. Het is daarom noodzakelijk dat de bevoegde autoriteiten de ontwikkelingen op de markt volgen, in het bijzonder wat betreft de risico's die voortvloeien uit een hoge marktconcentratie, ook binnen specifieke sectoren, en de prestaties van auditcomités.

  26. De transparantie van de activiteiten van de bevoegde autoriteiten moet het vertrouwen van beleggers en consumenten in de interne markt helpen vergroten. De bevoegde autoriteiten moeten daarom worden verplicht om regelmatig verslag te doen van hun activiteiten en om informatie te publiceren over bevindingen en conclusies van inspecties, in geaggregeerde vorm, of afzonderlijk indien lidstaten dit zo voorzien.

  27. Samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten kan een belangrijke bijdrage leveren aan het waarborgen van wettelijke controles van financiële overzichten in de Unie die constant van hoge kwaliteit zijn. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten daarom, indien nodig, onderling samenwerken ten behoeve van de uitvoering van hun toezichthoudende taken met betrekking tot wettelijke controles. Zij dienen het beginsel in acht te nemen dat de regelgeving en het toezichtstelsel van de lidstaat van herkomst van toepassing zijn, dat wil zeggen de lidstaat waar de wettelijke auditor of het auditkantoor is toegelaten en waar de statutaire zetel van de gecontroleerde entiteit is gevestigd. De samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten moet worden geregeld in het kader van een comité van Europese auditorstoezichthouders (Ceaob), dat moet bestaan uit hooggeplaatste vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten. Om de consequente toepassing van deze verordening te verbeteren, dient het Ceaob niet-bindende richtsnoeren of adviezen te kunnen vaststellen. Voorts moet het comité de uitwisseling van informatie vergemakkelijken, advies verlenen aan de Commissie en bijdragen tot technische evaluaties en technische onderzoeken.Voor de uitvoering van de technische beoordeling van stelsels van publiek toezicht van derde landen, en de internationale samenwerking op dit gebied tussen de lidstaten en derde landen, dient het Ceaob een subgroep op te richten, voorgezeten door het lid dat door de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten — ESMA ) is aangewezen, en de ESMA, de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit — EBA) of de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen — EIOPA ) om bijstand te verzoeken, voor zover dat verzoek betrekking heeft op de internationale samenwerking tussen de lidstaten en derde landen op het gebied van de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang die onder toezicht staan van de Europese toezichthoudende autoriteiten. Het secretariaat van het Ceaob dient verzorgd te worden door de Commissie, en dient, op basis van het door het Ceaob overeengekomen werkprogramma, desbetreffende uitgaven op te nemen in zijn ramingen voor het volgende jaar.

  28. De samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten moet onder andere bestaan uit samenwerking met betrekking tot kwaliteitsbeoordelingen en bijstand bij onderzoeken die verband houden met de uitvoering van wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, ook in gevallen waarin het onderzochte gedrag geen schending vormt van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die van kracht zijn in de betrokken lidstaten. De bijzonderheden van de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten dienen de oprichting van colleges van bevoegde autoriteiten en de onderlinge delegatie van taken te omvatten. Bij deze samenwerking moet rekening worden gehouden met het „netwerk” waartoe wettelijke auditors en auditkantoren behoren. De bevoegde autoriteiten moeten passende regels op het gebied van vertrouwelijkheid en beroepsgeheim in acht nemen.

  29. De onderlinge verbondenheid van kapitaalmarkten maakt het noodzakelijk bevoegde autoriteiten de bevoegdheid te geven om met toezichthoudende autoriteiten en organen van derde landen samen te werken op het gebied van de uitwisseling van informatie of kwaliteitsbeoordelingen. Indien de samenwerking met autoriteiten van derde landen echter betrekking heeft op werkdocumenten van een controle of op andere documenten die in het bezit zijn van wettelijke auditors of auditkantoren, moeten de in Richtlijn 2006/43/EG neergelegde procedures gelden.

  30. Duurzame auditcapaciteit en een concurrerende markt voor wettelijke controlediensten met voldoende keuze aan wettelijke auditors en auditkantoren die in staat zijn wettelijke controles van organisaties van openbaar belang uit te voeren, zijn noodzakelijk voor een goede werking van de kapitaalmarkten. De bevoegde autoriteiten en het European Competition Network (ECN) moeten verslag doen van de door deze verordening aangebrachte wijzigingen in de structuur van de auditmarkt.

  31. Het afstemmen door de Commissie van de procedures voor de vaststelling van gedelegeerde handelingen op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op de artikelen 290 en 291, dient per geval te geschieden. Teneinde in te spelen op de ontwikkelingen in de auditpraktijk en het auditberoep moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen. Meer bepaald moet er gebruik worden gemaakt van gedelegeerde handelingen om internationale standaarden voor audit vast te stellen op het gebied van auditpraktijk en onafhankelijkheid van en interne controle op wettelijke auditors en auditkantoren. De vastgestelde internationale standaarden voor audit dienen geen voorschriften van deze verordening te wijzigen of aan te vullen, tenzij uitdrukkelijk vermeld. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau.De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

  32. Om rechtszekerheid en een soepele overgang naar de bij deze verordening ingevoerde regeling te waarborgen, is het van belang dat er een overgangsperiode wordt ingevoerd voor de inwerkingtreding van de verplichting om wettelijke auditors en auditkantoren te rouleren en de verplichting om een selectieprocedure voor de keuze van wettelijke auditors en auditkantoren te organiseren.

  33. Verwijzingen naar de voorschriften van Richtlijn 2006/43/EG gelden als verwijzingen naar de nationale bepalingen die de voorschriften van genoemde richtlijn omzetten. Het nieuwe Europese auditkader, zoals vastgesteld door deze verordening en Richtlijn 2014/56/EU van het Europees Parlement en de Raad vervangt de bestaande voorschriften van Richtlijn 2006/43/EG en moet worden uitgelegd zonder verwijzing naar vorige instrumenten, zoals Commissieaanbevelingen, die onder het vorige kader zijn aangenomen.

  34. Daar de doelstellingen van deze verordening, te weten, het verduidelijken en beter definiëren van de rol van wettelijke controles van financiële overzichten met betrekking tot organisaties van openbaar belang, het verbeteren van de informatie die de wettelijke auditor of het auditkantoor verstrekt aan de gecontroleerde entiteit, beleggers en andere belanghebbenden, het verbeteren van de communicatiekanalen tussen auditors en toezichthouders van organisaties van openbaar belang, het voorkomen dat zich belangenconflicten voordoen als gevolg van het leveren van niet-controlediensten aan organisaties van openbaar belang, het inperken van het risico van een mogelijk belangenconflict als gevolg van het bestaande systeem waarbij de gecontroleerde de auditor selecteert en betaalt of van te grote vertrouwelijkheid, het vergemakkelijken van het veranderen van en de keuze van een wettelijke auditor of een auditkantoor voor organisaties van openbaar belang, het vergroten van het aanbod van wettelijke auditors en auditkantoren voor organisaties van openbaar belang en het verbeteren van de doeltreffendheid, onafhankelijkheid en consistentie van de regelgeving en het toezicht op wettelijke auditors en auditkantoren die wettelijke controles uitvoeren bij organisaties van openbaar belang, met inbegrip van samenwerking op communautair niveau, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt maar wegens hun omvang beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

  35. Deze verordening respecteert de grondrechten en is in overeenstemming met de beginselen die met name worden erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, in het bijzonder het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, het recht op de bescherming van persoonsgegevens en de vrijheid van ondernemerschap, en zij dient te worden toegepast overeenkomstig deze rechten en beginselen.

  36. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad en heeft op 23 april 2012 een advies gegeven.

  37. Er dient een nieuw wettelijk kader betreffende de wettelijke controles van financiële overzichten en geconsolideerde financiële overzichten te worden vastgesteld door deze verordening en door Richtlijn 2014/56/EU van het Europees Parlement en de Raad, en derhalve dient Besluit 2005/909/EG van de Commissie te worden ingetrokken.