Regio Midden-Holland

COPRO heeft twee protocollen beoordeeld van de Regio Midden Holland:

  • Controleprotocol Jeugdhulp 2015
  • Controleprotocol Wmo 2015

Oordeel COPRO

COPRO heeft als eindoordeel dat beide protocollen onder voorwaarden uitvoerbaar zijn. Ze vertonen een aantal tekortkomingen, die om nadere duiding vragen:

  • Beide protocollen: de protocollen missen een definitie van financiĆ«le rechtmatigheid, waardoor de link tussen rechtmatigheid, juistheid en levering niet helder is afgebakend. Bij het protocol Wmo ontbreekt een link naar de relevante wet- en regelgeving.
  • Beide protocollen: de hardheidsclausule kan voor onduidelijkheid zorgen over de aard en omvang van de werkzaamheden van de accountant. Niet duidelijk is of deze clausule kan leiden tot een uitbreiding dan wel inperking van de toetsingscriteria.
  • Protocol Jeugdhulp: het is onduidelijk wat wordt bedoeld met een bijlage bij de jaarrekening in het verantwoordingsprotocol.
  • Protocol Wmo: de omvangsbasis is niet vermeld. Verondersteld wordt dat dit het totaal bedrag is dat gedeclareerd wordt in het verantwoordingsdocument.
  • Beide protocollen: omdat de protocollen begin december 2015 zijn vastgesteld ontbreken een aantal elementen uit het invulmodel Wmo en Jeugdhulp van COPRO. Dit betreft onder andere het vermelden van de toegepaste tolerantie in de controleverklaring en het toetsen van de verenigbaarheid van de onderdelen A en B in de verantwoording.

COPRO adviseert de versies voor 2016 aan te passen aan het meest recente invulmodel van COPRO.

Voorbehoud COPRO

COPRO wijst er op dat een uitvoerbaar protocol niet betekent dat de gemeente(regio) hiermee automatisch de rechtmatigheid van de bestedingen voor Wmo en Jeugdhulp heeft afgedekt. Dit is afhankelijk van de feitelijke situatie. Gemeenten zijn primair zelf verantwoordelijk voor de controle op de rechtmatige besteding. Zij moeten duidelijke afspraken maken met de gecontracteerde zorgaanbieders over informatieuitwisseling, verantwoording en controle.

Dit betekent niet automatisch dat een protocol of accountantscontrole noodzakelijk is.Dit is ook niet het geval bij een reguliere opdrachtgever-uitvoerder relatie. Daarom heeft het de voorkeur van COPRO dat gemeenten en zorgaanbieders zelf tot een eindafrekening proberen te komen, zonder inschakeling van een accountant.

Mocht er bij gemeenten toch behoefte bestaan aan accountantscontrole, dan adviseert COPRO om de landelijke verantwoording met bijbehorend protocol van IZA te hanteren. Indien gemeenten toch voor een eigen protocol kiezen dan zal dit in de praktijk alleen uitvoerbaar zijn als de informatieuitwisseling goed functioneert, de administratieve organisatie van de zorgaanbieder op orde is en de accountant voldoende capaciteit heeft om de opdracht te kunnen uitvoeren. Gezien de grote hoeveelheid te verwachten verklaringen, zal dit in 2016 een serieus probleem worden.