Regio Midden- en Zuid-Kennemerland

COPRO heeft twee protocollen beoordeeld van de Regio Midden- en Zuid-Kennemerland:

  • Verantwoordings- en Controleprotocol Jeugdhulp
  • Verantwoordings- en Controleprotocol Wmo

Beide protocollen zijn tot stand gekomen in goed overleg tussen gemeenten, zorgaanbieders, accountants en COPRO.

Oordeel COPRO

COPRO heeft als eindoordeel dat de protocollen uitvoerbaar zijn en en voldoen aan de voorwaarden van de Schrijfwijzer Accountantsprotocollen. Beide protocollen beschouwt COPRO als een best practice voor andere gemeenten. Het eerste protocol met het predikaat best practice is het protocol Jeugdhulp 2015 en Wmo 2015 van de gemeente Rotterdam.

Voorbehoud COPRO

COPRO wijst er op dat een uitvoerbaar protocol niet betekent dat de gemeente(regio) hiermee automatisch de rechtmatigheid van de bestedingen voor Wmo en Jeugdhulp heeft afgedekt. Dit is afhankelijk van de feitelijke situatie. Gemeenten zijn primair zelf verantwoordelijk voor de controle op de rechtmatige besteding. Zij moeten duidelijke afspraken maken met de gecontracteerde zorgaanbieders over informatieuitwisseling, verantwoording en controle.

Dit betekent niet automatisch dat een protocol of accountantscontrole noodzakelijk is.Dit is ook niet het geval bij een reguliere opdrachtgever-uitvoerder relatie. Daarom heeft het de voorkeur van COPRO dat gemeenten en zorgaanbieders zelf tot een eindafrekening proberen te komen, zonder inschakeling van een accountant.

Mocht er bij gemeenten toch behoefte bestaan aan accountantscontrole, dan adviseert COPRO om de landelijke verantwoording met bijbehorend protocol van IZA te hanteren. Indien gemeenten toch voor een eigen protocol kiezen dan zal dit in de praktijk alleen uitvoerbaar zijn als de informatieuitwisseling goed functioneert, de administratieve organisatie van de zorgaanbieder op orde is en de accountant voldoende capaciteit heeft om de opdracht te kunnen uitvoeren. Gezien de grote hoeveelheid te verwachten verklaringen, zal dit in 2016 een serieus probleem worden.