Regio Haaglanden

Standpunt COPRO 2016

Aan COPRO is voorgelegd het Controleprotocol Jeugdhulp regio Haaglanden 2016. Dit heeft tot de volgende reactie geleid.

Algemeen standpunt COPRO

Het jaar 2015 was voor zowel de gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden (hierna: gemeenten), zorgaanbieders, als hun accountants een hectisch jaar door de controle van de geldstromen binnen het sociaal domein (Wmo en Jeugdwet). De verwachting is dat veel van de knelpunten zich in 2016 opnieuw zullen voordoen. COPRO adviseert daarom gemeenten en zorgaanbieders de oplossing te zoeken langs de lijn dat gemeenten en zorgaanbieder samen afspraken maken en informatie uitwisselen waarbij zij onafhankelijk worden van derden, zoals de huisaccountant van de zorgaanbieder. Hiervoor kunnen gemeenten onder andere gebruikmaken van de gemeentelijke cliëntenadministratie, gegevensuitwisseling met de zorgaanbieders (al dan niet digitaal), en eigen onderzoek naar de feitelijke prestatielevering (zoals steekproeven en klanttevredenheidsonderzoeken). Het heeft de voorkeur van COPRO dat gemeenten en zorgaanbieders hierover zelf afspraken maken, om zo tot een goede eindafrekening over 2016 te komen, zonder inschakeling van een accountant. Dit is in feite niet anders dan bij een reguliere opdrachtgever-uitvoerder relatie.

Als het gemeenten in 2016 desondanks niet lukt om voldoende controle-informatie te verzamelen, adviseert COPRO om gebruik te maken van de Financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet van iSD, met het bijbehorende Algemeen accountantsprotocol productieverantwoording Wmo/Jeugdwet. Net als iSD ziet COPRO dit als een tijdelijke oplossing, in een overgangssituatie naar een volledig eigen controle door gemeenten in 2017. Het inzetten van lokale controleprotocollen voor Wmo en Jeugdwet in 2016 wordt daarom afgeraden, mede omdat dit tot onevenredig hoge administratieve lasten voor de zorgaanbieders leidt.

Conclusie protocol Haaglanden

Op grond van bovengenoemd standpunt heeft COPRO besloten om het Controleprotocol Jeugdhulp regio Haaglanden 2016 niet in behandeling te nemen. COPRO adviseert de regio Haaglanden om voor 2016 van de Financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet van iSD gebruik te maken, zonder hieraan specifieke aanvullende eisen te stellen. Voor 2017 adviseert COPRO de regio om afspraken te maken over gegevensuitwisseling met de zorgaanbieders zonder controleprotocol.

oranje-lijn.png

Standpunt COPRO 2015

COPRO heeft twee protocollen van de Regio Haaglanden beoordeeld:

  • Protocol Jeugdhulp 2015 van regio Haaglanden
  • Controleprotocol 2015 Wmo H6 gemeenten regio Haaglanden 

Beide protocollen zijn in goed overleg met COPRO aangepast en verduidelijkt.

Oordeel COPRO

COPRO heeft als eindoordeel dat beide protocollen uitvoerbaar zijn en en voldoen aan de voorwaarden van de Schrijfwijzer Accountantsprotocollen. Ook deze protocollen beschouwt COPRO als een best practice voor andere gemeenten. Het eerste protocol met het predikaat best practice is het protocol Jeugdhulp 2015 en Wmo 2015 van de gemeente Rotterdam.

Voorbehoud COPRO

COPRO wijst er op dat een uitvoerbaar protocol niet betekent dat de gemeente(regio) hiermee automatisch de rechtmatigheid van de bestedingen voor Wmo en Jeugdhulp heeft afgedekt. Dit is afhankelijk van de feitelijke situatie. Gemeenten zijn primair zelf verantwoordelijk voor de controle op de rechtmatige besteding. Zij moeten duidelijke afspraken maken met de gecontracteerde zorgaanbieders over informatieuitwisseling, verantwoording en controle.

Dit betekent niet automatisch dat een protocol of accountantscontrole noodzakelijk is.Dit is ook niet het geval bij een reguliere opdrachtgever-uitvoerder relatie. Daarom heeft het de voorkeur van COPRO dat gemeenten en zorgaanbieders zelf tot een eindafrekening proberen te komen, zonder inschakeling van een accountant.

Mocht er bij gemeenten toch behoefte bestaan aan accountantscontrole, dan adviseert COPRO om de landelijke verantwoording met bijbehorend protocol van IZA te hanteren. Indien gemeenten toch voor een eigen protocol kiezen dan zal dit in de praktijk alleen uitvoerbaar zijn als de informatieuitwisseling goed functioneert, de administratieve organisatie van de zorgaanbieder op orde is en de accountant voldoende capaciteit heeft om de opdracht te kunnen uitvoeren. Gezien de grote hoeveelheid te verwachten verklaringen, zal dit in 2016 een serieus probleem worden. Daarom heeft COPRO voor het jaar 2016 een ander standpunt geformuleerd.