Eerste jaar

Opbouw portfolio

In de Elektronische Leeromgeving (ELO) bouw je een digitaal dossier op. De opbouw van jouw portfolio ziet er in het eerste jaar als volgt uit:

0-meting en trainingsprogramma

Tijdens de praktijkopleiding besteed je aandacht aan het trainen van je vaardigheden en je beroepshouding. Je start de praktijkopleiding met het maken van een 0-meting. In deze 0-meting wordt - bijvoorbeeld met behulp van een 360 graden feedbackassessment en met behulp van vragenlijsten - bepaald aan welke vaardigheden je extra aandacht moet besteden. De uitkomsten van de 0-meting verwerk je in je persoonlijk ontwikkelingsplan. De uitkomsten van de 0-meting kunnen door de trainers tijdens trainingsdagen gebruikt worden (je kunt op basis daarvan bijvoorbeeld per training leerdoelen formuleren) en kan (deels) bijdragen aan de te kiezen trainingsonderdelen.

In het eerste jaar van de praktijkopleiding volg je een trainingsprogramma van minimaal 3 dagen. Het trainingsprogramma is inhoudelijk gericht op de beheersing van de generieke CEA-eindtermen.

Persoonlijk ontwikkelingsplan

Hierin geef je aan op welke wijze je tijdens je praktijkopleiding aan de CEA-eindtermen gaat voldoen. Je hebt je georiënteerd op de mogelijkheden binnen jouw organisatie en je geeft op basis daarvan aan dat je als gevolg van persoonlijke groei aan het einde van je praktijkopleiding functioneert op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar. Voor het eerste jaar van je praktijkopleiding stel je een gedetailleerd uitgewerkte planning op. De gedetailleerde uitwerking van het tweede en derde jaar van de praktijkopleiding doe je in het jaarplan.

Halfjaarrapportage

De halfjaarrapportage is een verslag van het gesprek dat je hebt gevoerd met je praktijkbegeleider. De halfjaarrapportage wordt opgesteld halverwege het praktijkopleidingsjaar. In deze rapportage komt de voortgang van je praktijkopleiding in relatie tot het persoonlijk ontwikkelingsplan en het jaarplan aan bod. Op welke wijze heb je aandacht besteed of ga je aandacht besteden aan de ontwikkeling van je vaardigheden? Tegen welke vaktechnische problemen ben je aangelopen en hoe heb je die aangepakt? Verder komen de rollen van de praktijkbegeleider (coach, trajectbewaker, vakinhoudelijk begeleider en beoordelaar) in deze rapportages aan bod. Ook benoem je samen met je praktijkbegeleider verbeterpunten en maak je afspraken voor het komend half jaar.

Jaarrapportage

Aan het einde van ieder praktijkopleidingsjaar schrijf je een jaarrapportage. In de jaarrapportages beschrijf je aan welke beroepsproducten je hebt gewerkt en welke kennis, houding en vaardigheden je daarbij hebt gebruikt. Door te beschrijven op welke wijze je aan bepaalde beroepsproducten hebt gewerkt, toon je ook aan aan welke CEA-eindtermen je hebt voldaan. In de ELO geef je tevens aan hoeveel uur je aan de assurancewerkzaamheden hebt besteed en welke CEA-eindtermen je eventueel al gerealiseerd hebt.

Intervisiegesprekken

Je voert tijdens het eerste jaar van je praktijkopleiding ook twee intervisiegesprekken. Tijdens deze intervisiegesprekken bespreek je met mede-trainees praktische knelpunten waar je tegen aanloopt bij het volgen van de praktijkopleiding. Afhankelijk van de aanbieder, kunnen de intervisiegesprekken geïntegreerd zijn in het trainingsprogramma.

Uitgebreide toelichting over het uitwerken van je portfolio lees je in de informatiegids.

Contactdagen

Als je in je praktijkopleiding kiest voor de 2e variant inzake de overige assurance-opdrachten en minimaal 6 overige assurance-opdrachten uitvoert (minimaal 2 per jaar), waar je minimaal 150 uur aan besteedt gedurende je gehele praktijkopleiding, met een spreiding over minimaal 2 soorten overige assurance-opdrachten, worden deze overige assurance-opdrachten ingekapseld in contactdagen / begeleidingsdagen.

Aan iedere overige assurance-opdracht gaat een contactdag vooraf. Tijdens zo’n contactdag wordt samen met andere trainees het wetgevend kader besproken waarbinnen de opdracht wordt uitgevoerd en de vereiste kwaliteitsborging binnen het kantoor. Tijdens de contactdag die na uitvoering van de overige assurance-opdracht door jou wordt gevolgd, evalueer je samen met andere trainees de wijze waarop de opdracht is uitgevoerd. Je ontvangt van andere trainees feedback en je geeft back op de beroepsproducten van de andere trainees.

Beoordeling

De praktijkbegeleider en de beoordelaar moeten het persoonlijk ontwikkelingsplan, de half jaarrapportage en de jaarrapportage goedkeuren. Is een rapportage niet goedgekeurd door de beoordelaar, dan geeft de beoordelaar aan de praktijkbegeleider door wat er aan de rapportage moet worden aangepast. De praktijkbegeleider bespreekt dit dan verder met jou.

Print
Tweet dit Deel dit op LinkedIn

Stuur deze pagina door

Naar:

Van:

Eerste jaar

Annuleren