Jaarverslagen

De Commissie voor de bezwaarschriften heeft in 2012, 2013 en 2014 elk jaar een jaarverslag uitgebracht. Binnenkort volgen de jaarsverslagen voor 2015 en 2016. 

Jaarverslag 2014

In 2014 heeft de Commissie voor de bezwaarschriften 29 keer geadviseerd over de afwikkeling van een ingediend bezwaarschrift. Daarbij is in zes gevallen geadviseerd het bezwaar (deels) gegrond te verklaren. In de overige gevallen was het bezwaar ongegrond dan wel niet-ontvankelijk. 

De Commissie voor de bezwaarschriften heeft in haar adviezen ook enkele leerpunten meegegeven aan de NBA. De belangrijkste daarvan zijn:

  • Met een eindoordeel is de Raad voor Toezicht afgeweken van het voorstel van de toetsers. Geconstateerd is dat de motivering hiervoor pas tijdens de hoorzit­ting aan het accountantskantoor en de commissie voldoende duidelijk is geworden. Gelet op de verplichting in artikel 3:46 van de Algemene wet bestuurs­recht adviseert de commissie in het vervolg bij afwijken van het voorstel van de toetsers dit ook (duidelijker) in het eindoordeel te motiveren. Hierbij dient duidelijk gemaakt te worden waarom een andere conclusie op zijn plaats is en waarom ook de toetsers met een ander voorstel hadden moeten komen (ECLI:NL:CBB:2009:BI3603).
  • Artikel 5 van de Beleidsregel PE biedt door gebruik van de woorden “in ieder geval” ruimte om ook in andere dan de in artikel 5 genoemde gevallen een ontheffing te verlenen. In een dossier heeft de commis­sie daardoor kunnen adviseren ontheffing te verlenen van de verplichte cursus Beroepsethiek van een accountant in business die zelf de training PKI verzorgde.

Tot slot is gewezen op de toegevoegde waarde van de informele aanpak na ontvangst van een bezwaarschrift.

Jaarverslag 2013

In 2013 heeft de Commissie voor de bezwaarschriften 21 keer geadviseerd over de afwikkeling van een ingediend bezwaarschrift. Daarbij is in vijf gevallen geadviseerd het bezwaar (deels) gegrond te verklaren. Uit het jaarverslag blijkt dat in de overige gevallen het bezwaar ongegrond dan wel niet-ontvankelijk was.

De Commissie voor de bezwaarschriften heeft in haar adviezen ook enkele leerpunten meegegeven aan de NBA. De belangrijkste daarvan zijn:

  • Voor vrijstellingsverzoeken die te laat zijn ingediend geldt een zogenaamde ‘inherente afwijkingsbevoegdheid’. Die is van toepassing als de gevolgen van het niet voldoen aan de PE-plicht onevenredig groot zijn.  Als de betrokkene dit voldoende aannemelijk weet te maken kan worden afgeweken van de geldende indieningstermijn (artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht).
  • Bij bezwaren tegen de inhoud van een verordening moet ook de rechtmatigheid van het algemeen verbindend voorschrift beoordeeld worden. Volgens de jurisprudentie kan aan een algemeen verbindend voorschrift alleen verbindende kracht worden ontzegd als de door de betrokken regelgever gemaakte keuzen strijdig zijn met een hogere regeling. Dat geldt ook als geoordeeld wordt dat het voorschrift een toetsing aan algemene rechtsbeginselen niet kan doorstaan, zie ECLI:NL:CBB:2011:BP4812.

Tot slot is gewezen op de toegevoegde waarde van de hoorzitting en de rol die de commissie daarbij speelt.

Jaarverslag 2012