Openstaande FAQ's

De NBA heeft de volgende vragen schriftelijk, zo mogelijk met antwoordvoorstellen, aan het ministerie van SZW voorgelegd. Wij hebben hierop nog geen definitieve schriftelijke antwoorden ontvangen. Zodra de antwoorden bekend zijn, zullen wij ze op onze website plaatsen. Het is dus niet nodig om deze vragen nogmaals aan de medewerkers van onze helpdesk voor te leggen.

Openstaande FAQ's

Datum Vraag
23-10-2020 Bij het gelijktijdig met het loon uitbetalen van het vakantiegeld moet de loonsom worden verlaagd met factor 0,926. Dit lijkt voor het UWV lastig uitvoerbaar, bijvoorbeeld bij oproepkrachten met een all-in salaris. Zij ontvangen iedere periode direct/tezamen met de uitbetaling van het salaris de periodieke afrekening van de vakantiebijslag en vakantie-uren.
In deze situatie wordt echter in de loonaangifte de rubriek <Opgebouwde recht vakantiebijslag> en <Vakantiebijslag> de waarde <0> opgegeven.
Dat is door de Belastingdienst voorgeschreven en toegelicht in het document ‘Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2018’. (Zie bijlage)

Het UWV kan in de loonaangifte dus niet zien of er sprake is van een all-in salaris.
Weliswaar wordt in de loonaangifte aangegeven dat er sprake is van een oproepkracht, maar dat zegt niets over de uitbetaling vakantiebijslag. Er kunnen meerdere afspraken met een oproepkracht of andere medewerker zijn gemaakt die geen reservering/vakantiebijslag tot gevolg hebben.

Hoe gaat het UWV hiermee om en wat wordt er in dit kader verwacht van accountants?
27-10-2020 Vierde batch FAQ 4.10 In de NOW 2.0 en 3.0 is bij het afstoten van een onderdeel of activiteit van een onderneming in 2019 expliciet opgenomen ten aanzien van de berekening van de omzet bij afstoting van een onderdeel of activiteit:
“Als een werkgever in de periode van 2 januari 2019 tot en met 1 februari 2020 een onderdeel of activiteit heeft afgestoten, dan is de referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, de omzet vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de afstoting van het onderdeel of de activiteit tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met drie. Als in de periode van 2 januari 2019 tot en met 1 februari 2020 meerdere onderdelen of activiteiten zijn afgestoten, wordt gerekend vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de afstoting van het laatste onderdeel of de laatste activiteit.”
Onder NOW 1.0 is een dergelijke expliciete regel niet opgenomen omtrent het afstoten van een onderdeel of activiteit van een onderneming in 2019? Er is in NOW 1.0 slechts de hoofdregel opgenomen dat voor de omvang van het concern 1 maart 2020 bepalend is.
Dit leidt tot een paar vragen:
10.1 Moet voor de NOW 1.0 dezelfde regel bij afstoting worden toegepast als bij NOW 2.0 en NOW 3.0 geldt?
10.2 Is er bij gebrek aan expliciete regel voor NOW 1.0 de keuze om ofwel de NOW 2.0/3.0 regel toe te passen of om de omzet van de afgestoten entiteit uit de omzet 2019 te halen (voor het hele kalenderjaar)?
10.3 Is de expliciete regel onder NOW 2.0 en NOW 3.0 de enige mogelijkheid of kan ook de omzet van de afgestoten entiteit(en) uit het gehele jaar 2019 worden gehaald?
9-11-2020 Vervolgvraag FAQ 11 Het komt voor dat een natuurlijke persoon of groep van natuurlijke personen een meerderheid van aandelen houden in meerdere entiteiten. Deze entiteiten stellen geen gezamenlijke geconsolideerde jaarrekening op, omdat er op grond van RJ 217.206 en 211 niet een rechtspersoon is aan te wijzen die beleidsbepalend is in een andere zustermaatschappij . In hoeverre moeten deze entiteiten voor de NOW als groep gezien worden? Hierbij pakt het voor sommige ondernemers gunstig uit dit wel te doen, voor anderen niet.

Rechtspersonen vallend onder natuurlijke personen vormen volgens het jaarrekeningrecht alleen een groep t.b.v. het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening als voldaan wordt aan de voorwaarden in RJ 217.211 (Als de privéaandeelhouder dus zelf het beleid bepaalt in beide zustermaatschappijen en er daarom geen zustermaatschappij is aan te wijzen die beleidsbepalend is in de andere zustermaatschappij wordt dientengevolge niet door een van deze zustermaatschappijen ‘horizontaal’ geconsolideerd.).

Artikel 6 spreekt over de toepassing van 24b die geldt voor rechtspersonen. De toelichting 5 bij het memorie van toelichting geeft ook een nadere toelichting op het concern begrip waaruit duidelijk blijkt dat het hier om rechtspersonen dient te gaan en aansluiting bij het jaarrekeningrecht van belang is.

In de FAQ wordt gesproken over nevengeschikte zustermaatschappijen. Een nevengeschikte zustermaatschappij is als term geen wettelijke term, maar hij vloeit (in het verslaggevingsrecht) voort uit de toepassing van ‘feitelijke beleidsbepalende invloed’ vanuit de ene rechtspersoon over de andere (zie RJ 217.206 en 211);

Kan dit nader worden onderbouwd, ter aanvulling op de FAQ?
14-12-2020 Nadere duiding en update FAQ 12 verrekenprijzen, FAQ 3.8 referentieomzet bij overname economische eenheid, FAQ 20 overnames die in 2019 of begin 2020 hebben plaatsgevonden.
18-12-2020 Dienen bij deze groepsonderdelen waarvan de aanvraag is ingetrokken ook de voorschotten meegeteld te worden bij het beoordelen of er een accountantsproduct noodzakelijk is of niet?
18-12-2020 Nadere duiding groepsbegrip bij ontbreken tussenholding.
9-2-2021 Begrenzing accountantswerkzaamheden volledigheid internationale concern en volledigheid dividendbetalingen internationaal concern.
2-6-2021 Wel of geen gevolgen van de schending bonus-/dividendverbod van één entiteit voor het gehele steunbedrag van het concern bij toepassing van de concernregeling?
2-6-2021 Hoe pakt voorstel 2 uit Kamerbrief 31 mei jl. rond de administratieve lastenverlichting praktisch uit voor deskundige derden in situaties waarbij de deskundige derde zelf de financiële administratie van de werkgever verzorgt?
15-06-2021 (UWV) / 22-06-2021 (SZW) Gevraagd om verminkte sjablonen van enkele verklaringsformulieren te corrigeren.
16-7-2021 Verwerking en consequenties voor de NOW-steun van aankopen en afstotingen na 1 februari 2020.