Blog: Woordgebruik en fraude

Zinconstructie en woordgebruik vormen belangrijke aanwijzingen voor fraude. Dat geldt niet alleen voor berichten uit Nigeria met de boodschap dat je 40 miljoen hebt gewonnen, maar ook voor artikelen van frauderende wetenschappers of e-mails van managers en CEO’s.

Door Bob Commandeur

fraudealert.jpg

Vaak wordt gedacht dat wegkijken, aan je neus zitten of aarzelingen een aanwijzing zijn voor een leugen. Volgens experts is dat onzin. Een leugenaar herkennen aan een micro-expressie, een gezichtsuitdrukking die een fractie van een seconde duurt, is wel mogelijk. Maar dit vereist nogal wat training.

Eenvoudiger is het analyseren van tekst. Amerikaanse onderzoekers onderzochten de artikelen van de frauderende wetenschapper Diederik Stapel. Stapel was hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Tilburg en deed onderzoek naar onder meer de relatie tussen vleeseters en asociaal gedrag. De onderzoeksresultaten werden door Stapel verzonnen. Door analyse van het taalgebruik vonden de onderzoekers een patroon. Stapel bleek wetenschappelijke termen vaak met krachtwoorden als ‘extreem en ‘overtuigend’ te combineren.

Fraude in het bedrijfsleven
Een vergelijkbare werkwijze hanteert het bedrijf KeenCorp, dat is opgericht door twee studenten die het taalgebruik bij Enron onderzocht hebben. Uit dit onderzoek bleek dat wanneer iemand zich ongemakkelijk voelt het taalgebruik afstandelijker wordt. In plaats van ‘daar moet ik iets aan doen’ wordt bijvoorbeeld ‘daar moet wat aan gedaan worden’ geschreven. Hierbij blijft het wie en wanneer dus onduidelijk. Het algoritme kon ook goed vaststellen wanneer de fraude begon. Doordat onbewust gekozen werd voor ander taalgebruik gaven zij prijs wat er in het bedrijf gebeurde.   

Tijdens de Accountantsdag gaan we dieper ‘Patronen van bedrog’ en manieren om de onderste steen boven te krijgen.

Alle informatie over de Accountantsdag

Site Accountantsdag 2018 reddinsgboei_oranje.png