Yvonne van Roosendaal AA: 'De perfecte mens bestaat niet'

Om goed je werk te doen, moet je je kunnen inleven in de klant, vindt Yvonne van Roosendaal, teamleider reporting bij Woonzorg Nederland, een woningcoöperatie die zich richt op ouderen en mensen met een zorgvraag. Die passie vindt ze in een MVO-organisatie meer dan in de accountancy.

Hoe probeer jij diversiteit te creëren binnen jouw team?

'De perfecte mens bestaat niet. Daarom zoek je naar mensen die elkaar aanvullen. Als ik werf voor mijn team kijk ik naar leeftijd, geslacht en geschiktheid van karakter. Tegelijkertijd wil je de beste kandidaat aannemen. Je hebt niets aan een team dat heel divers is maar zijn werk niet goed afkrijgt. Er zijn in feite te veel variabelen. Je zoekt naar een schaap met vijf poten. Toch moet je blijven focussen op diversiteit. Al was het maar vanwege de doorstroming. Op dit moment hebben we in ons team bijvoorbeeld veel mensen van dezelfde leeftijd. Om dat probleem te tackelen is het bestuur in 2016 gestart met een nieuw cultuurtraject. Sindsdien is de organisatie heel erg in beweging en zijn er veel nieuwkomers bijgekomen. Je trekt mensen aan die dingen willen veranderen. Anders tegen onderwerpen aankijken. Op die golf ben ik zelf ook binnengekomen.'

Je hebt 26 jaar bij een accountantskantoor gewerkt voor je de overstap maakte naar een woningcorporatie. Wat is het grootste verschil in cultuur?

'Een commerciële organisatie trekt een ander type mens aan dan een mvo-organisatie. In de accountancy is men ambitieuzer, mensen willen vooruit. Hier kom ik mensen tegen die een passie hebben met de doelgroep. Hun drijfveren zijn anders. Waarmee ik niet wil beweren dat mensen in een mvo-organisatie geen ambities hebben. Of dat er geen accountants zijn met een passie voor hun klanten. Zo zwart-wit zijn de verschillen niet, maar ze zijn er wel. Een ander verschil is dat in een mvo-organisatie meer een overlegcultuur heerst. Soms slaat dat door. Tijdens vergaderingen houd ik er rekening mee, maar ik houd wel de tijd in de gaten.'

Heb je ervaring met werken in een monocultuur?

'Dat je in een groep als vrouw in de minderheid bent, heb ik nooit erg gevonden. Tijdens de opleiding en ook de eerste jaren in het accountantsberoep was ik als vrouw vaak in de minderheid. Toen ik overstapte naar een woningcorporatie kreeg ik meer vrouwelijke collega's. Twee van drie bestuurders waren vrouw. Bij mijn huidige werkgever bestaat het bestuur uit mannen, maar het management bestaat overwegend uit vrouwen. Soms zit je in een overleg en ben je de enige vrouw. Dat doet mij niet zoveel. Ik zoek niet per se het gezelschap van vrouwen in een organisatie. Het klikt met iemand of niet.'

Meetbaarheid en ratio horen bij het accountantsberoep. Als je diversiteit nastreeft, moet je ook aandacht hebben voor zachtere eigenschappen. Passen die wel bij het accountantsberoep?

'Ik vind van wel. Om goed je werk te doen, moet je je kunnen inleven in de klant. Het gesprek aangaan. Waar zit hij mee? Daar moet je de tijd voor nemen. Die menselijke kant krijgt in de accountancy te weinig ruimte. Accountants zijn expert op hun terrein, maar ze kiezen soms een te zakelijke benadering. Sinds ik uit de accountancy ben gestapt zie ik dat duidelijker. Ik merk het in communicatietrajecten. Wanneer er bijvoorbeeld ambassadeurs gezocht worden om kernwaarden te formuleren en zo de samenwerking in de organisatie te verbeteren. Dat lukt in een maatschappelijke organisatie beter dan in de accountancy. Daar komt zoiets niet van de grond, of het is een feestje van de hr-afdeling. Je kunt het niet meten en dan telt het niet. Terwijl het wel degelijk heel wezenlijk is. Je omzet neemt misschien niet direct toe, maar de tevredenheid van de klant wel. Het verhoogt ook je eigen werkplezier. De aandacht voor cultuur en gedrag in mijn huidige werkomgeving vind ik heel leuk.'

Zou je nog kunnen aarden in een accountantsomgeving?

'Ik denk het wel. Ik ben niet voor niets het aanspreekpunt voor de externe accountant. Ik spreek zijn taal en weet wat hij nodig heeft. Maar in een accountantsorganisatie zou ik nu wel een anderecollega zijn. Ik geef nu veel meer mijn eigen mening. Accountants zijn heel erg van de regels. Ik ga nu meer mijn eigen weg.'