IFRS for SMEs vs Dutch GAAP

Hieronder ziet u een aantal belangrijke verschillen (niet limitatief) tussen IFRS for SMEs en Dutch GAAP:

 

 

 

IFRS for SMEs

 

Dutch GAAP

 

 

Goodwill

 

Activeren en afschrijven, impairment test alleen bij indicatie

 

Idem, daarnaast staat BW2 toe om goodwill direct ten laste van het eigen vermogen / resultaat te verwerken

 

 

Negatieve goodwill

 

Als bate in de p&l verwerken

 

Als afzonderlijke passiefost opnemen (RJ 216.235)

 

 

Toegezegd pensioen regeling

 

Uitgangspunt is IAS 19 berekening; als deze informatie niet beschikbaar is: alternatieve methode, waarbij o.a. afgezien mag worden van toekomstige salarisstijgingen, en slechts eens / 3 jaar berekening

 

Verschuldigde pensioenpremie als last in winst-en-verliesrekening verwerkten; verder beoordelen of er nog andere verplichtingen zijn (bijv. i.v.m. OPF dekkingstekort)

 

 

Materiële vaste activa

 

Uitsluitend kostprijs waardering toegestaan

 

Keuze tussen de kostprijs en de actuele waarde (herwaardering)

 

 

Immateriële vaste activa - waardering

 

Uitsluitend kostprijs waardering toegestaan

 

Waardering tegen kostprijs of tegen actuele waarde

 

 

Kosten van onderzoek en ontwikkeling

 

Dergelijke kosten altijd direct als last in de winst-en-verliesrekening verwerken

 

Onderzoek: direct ten laste van de winst-en-verliesrekening; ontwikkeling: activeren indien wordt voldaan aan criteria

 

 

Vastgoed beleggingen

 

Uitgangspunt is reële waarde tenzij deze niet betrouwbaar is in te schatten

 

Keuze tussen kostprijs en reële waarde (RJ 213.501)

 

 

Rentelasten indien toerekenbaar aan kwalificerend actief

 

Direct als last verwerken

 

Keuze om rentelasten direct als last te verwerken dan wel de rentelasten te activeren

 

 

Minderheids-deelnemingen

 

Meerdere opties (kostprijs; equity methode; fair value); eventuele goodwill wordt verwerkt als onderdeel van de kostprijs

 

Waardering volgens de vermogensmutatie methode; eventuele goodwill wordt afzonderlijk verwerkt (art. 2: 389 BW)

 

 

Kasstroom
overzicht

 

Zowel de indirecte als de directe methode is toelaatbaar; verder aansluiting bij IAS 7 (alhoewel daar de directe methode wordt aangemoedigd)

 

Idem - in de praktijk wordt vrijwel uitsluitend de indirecte methode toegepast

 

 

Waardering derivaten

 

Reële waarde

 

Kostprijs of reële waarde.
Kostprijs, indien onderliggende waarde niet beursgenoteerd; reële waarde indien beursgenoteerde onderliggende waarde

 

 

Joint ventures

 

Waardering tegen kostprijs, fair value of volgens de equty methode  

 

Nettovermogenswaarde of proportionele consolidatie (indien inzicht)

 

 

Onderhanden projecten

 

 Winstneming vrijwel identiek aan huidige IAS 11

 

RJ 221 volgt min of meer de systematiek van IAS 11, maar de scope van RJ 221 bevat projectontwikkeling, in SME is dat niet het geval

 

 

Hedge accounting

 

De SME Standard kent de varianten die full IFRS ook kent en die in IAS 39 zijn opgenomen

 

Naast de genoemde varianten staat de RJ ook de kostprijs hedging toe

 

 

Bedrijfsovernames: contingent liabilities

 

De ‘oude’ IFRS 3 wordt gevolgd, contingent liabilities worden verwerkt als de reële waarde betrouwbaar kan worden geschat

 

RJ 216 staat niet toe dat dergelijke verplichtingen worden gepassiveerd (er wordt niet voldaan aan de criteria voor het vormen van een voorziening)

 

  
Er zijn nog veel meer verschillen, ook op de details. Verschillen die er bestaan tussen full IFRS en Dutch GAAP (voorbeeld: de voorwaarden waaronder een reorganisatievoorziening gevormd kan worden; de waardering van latente belastingen) komen ook vaak terug als verschil tussen IFRS SME en Dutch GAAP

Print
Tweet dit Deel dit op LinkedIn