Het NIVRA heeft in maart 2007 op advies van de CCR de tekst voor de accountantsverklaring bij het Zesde Kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling (KP6) herzien. De nieuwe verklaring komt in de plaats van alle voorgaande versies.
KP6 is een subsidieregeling waaraan omvangrijke regelgeving vanuit de Europese Unie ten grondslag ligt. De EU schrijft voor dat bij de subsidiedeclaraties een accountantsverklaring wordt gevoegd. De voorwaarden die de EU aan de verklaring stelt, hebben op onderdelen tot discussie geleid tussen de EU en het NIVRA. De discussie had onder meer betrekking op een aantal criteria waaraan de accountant de uitgaven dient te toetsen. De accountant moet onder meer vaststellen dat de gesubsidieerde kosten passen binnen 'the economic environment' van de subsidieaanvrager en dat geen sprake is van 'excessive or reckless expenditure'. Als alternatief had het NIVRA eerst de accountantsverklaring Model A opgesteld. Hierin was een toelichtende paragraaf opgenomen, waarin werd vermeld dat inzake de hiervoor genoemde criteria geen controle had plaatsgevonden omdat de subsidieverstrekker (de EU) het normenkader niet had uitgewerkt. Omdat Brussel deze verklaring niet accepteerde en de voorbeeldbrief voor een reactie op het retourneren van de KP6-subsidieaanvragen geen uitkomst bood, werd de verklaring herzien tot Model B. In deze verklaring werd vermeld dat de toetsing van criteria werd uitgevoerd op basis van het interne normenkader van de subsidieaanvrager. Omdat ook deze verklaring door sommige EU Directoraten niet werd geaccepteerd, heeft in oktober 2006 een NIVRA-delegatie samen met EG-Liaison (SenterNovem) in Brussel overleg gevoerd met vertegenwoordigers van de EU. Door de voorbereidingen voor het Zevende Kaderprogramma (KP7) heeft het NIVRA pas op 12 februari 2007 een formele reactie van de EU gehad.
Uit de reactie van de EU blijkt dat verwijzen naar het interne normenkader van de subsidieaanvrager voor de EU onvoldoende uitkomst biedt. De EU hecht eraan, dat de accountant zelfstandig een oordeel geeft over de gedeclareerde kosten. Om dit mogelijk te maken heeft de EU in een bijlage bij haar brief een nadere omschrijving gegeven van de begrippen ‘economic', ‘excessive' en ‘reckless' en een handreiking hoe dit door de accountant gecontroleerd kan worden. Nederland is hiermee het enige land in Europa dat het gelukt is om van de EU meer guidance over de KP6 verklaring te krijgen. Ook heeft de EU de door Nederland gehanteerde afwijkende indeling van de verklaring feitelijk geaccepteerd.
Tenslotte heeft de EU aangegeven, dat meer gedetailleerde voorschriften onderhanden zijn. Om tot een praktische oplossing voor de resterende looptijd van het KP6 programma te komen, heeft het NIVRA besloten met de wijzigingen van de EU akkoord te gaan, maar met één belangrijke aanvulling. In de scope paragraaf van de verklaring wordt expliciet verwezen naar de guidance die de EU in haar brief van 12 februari heeft gekregen. Het NIVRA heeft in zijn reactie aan de EU verzocht, binnen de EU brede bekendheid aan de nieuwe verklaring te geven, om hiermee verdere discussies te voorkomen. De modelverklaring heeft de naam Model C gekregen. Het NIVRA adviseert alle leden om dit model te gebruiken.
Voor meer informatie over KP6 kunt u contact opnemen met: Michèl J.P. Admiraal RA, tel 020-3010319 en e-mail m.admiraal@nba.nl